Persberichten

Op dinsdag sprak Holocaust-overlevende Tatiana Bucci tot de Europarlementariërs in een plenaire zitting ter gelegenheid van de Internationale Holocaust Herdenkingsdag.

Voorzitter van het Europees Parlement Roberta Metsola opende de ceremonie ter herdenking van de Internationale Holocaust Herdenkingsdag, die jaarlijks op 27 januari wordt gehouden ter nagedachtenis aan de bevrijding van het nazi-concentratiekamp Auschwitz in 1945.

“Vandaag de dag verspreidt antisemitisme zich sneller dan ooit, versterkt online en verandert oude leugens in dodelijke realiteiten. Het herdenken van de Holocaust betekent het confronteren van haat waar die ook verschijnt - voordat het opnieuw wortel kan schieten. Want als ‘Nooit Meer’ iets moet betekenen, moet het de keuzes die we vandaag maken en het Europa dat we samen willen opbouwen, leiden,” zei zij.

De toespraak van voorzitter Metsola werd gevolgd door een uitvoering van het lied “Beautiful That Way” van Nicola Piovani, gezongen door de zangeres Noa.

In haar toespraak, Tatiana Bucci deelde het verhaal van haar familie, haar moeder, tante, haar zus Andra en hun neef Sergio, die in maart 1944 werden gedeporteerd naar het concentratiekamp Auschwitz-Birkenau.

Ze legde uit hoe zij en Andra, die verward werden met tweelingen, samen met Sergio konden voorkomen dat ze naar de gaskamers werden gestuurd. De drie kinderen brachten tien maanden door in Birkenau. Mevrouw Bucci herinnert zich: “Ik raakte meteen gewend aan dat leven, en ik begreep dat ik Joods was door onze bewakers te horen praten, en dat wij Joden dat leven moesten leiden — wat geen leven was, maar de dood.”

De zussen werden een tweede keer gespaard toen een kampbewaker hen waarschuwde niet te antwoorden wanneer hen zou worden gevraagd of iemand terug wilde naar hun moeders. Ze gaven de informatie door aan Sergio, die het niet kon weerstaan en bevestigend antwoordde toen hem werd gevraagd. Hij werd toen gedeporteerd naar een ander kamp, onderging experimenten en werd vervolgens “brutaal gedood, opgehangen aan slagershaken”.

Na hun bevrijding uit het kamp werden Tatiana en Andra naar een weeshuis in Engeland gestuurd voordat ze in december 1946 herenigd werden met hun ouders in Italië.

Eenmaal in Rome kregen de zussen fotos te zien van kinderen van ouders in de hoop dat ze hen konden identificeren. Tatiana begreep later dat het allemaal kinderen waren die na de inval in de Joodse getto van Rome in 1943 waren omgekomen. “Sindsdien, en vooral in de tijden waarin we nu leven, hoop ik dat alle kinderen in de wereld het leven kunnen hebben dat ik na de oorlog heb kunnen leiden en oud kan worden zoals ik,” zei ze, eraan toevoegend dat ondanks alles, “het leven mooi is.”

Na haar toespraak hielden de Europarlementariërs een minuut stilte en eindigde de ceremonie met een muzikale uitvoering van Kaddish van Maurice Ravel. U kunt de zitting hier live bekijken.

Over Tatiana Bucci

Tatiana Bucci werd geboren in 1937 in Fiume, een stad die destijds deel uitmaakte van Italië, nu Kroatië. Tatiana was pas zes jaar oud toen zij en haar vier jaar jongere zus Andra, samen met hun moeder, tante, grootmoeder en neef, op 4 april 1944 werden gedeporteerd naar Auschwitz. Tatiana en Andra Bucci behoren tot de jongste kind-overlevenden van Auschwitz die herinneringen hebben aan hun ervaring.

In december 1946 werden de meisjes herenigd met hun ouders in Italië. De zussen keerden in 1996 voor het eerst terug naar Auschwitz. Tatiana woont nu in België met haar familie.