Sommige gebeurtenissen verdwijnen ergens diep in het geheugen. Zo is bijna iedereen vergeten dat het stadsbestuur op 13 juli 1994 besloot om Amsterdam op te heffen. De stad zou opgaan in een stadsprovincie, samen met 12 omliggende gemeenten. Een referendum op 17 mei 1995 stopte dit opmerkelijke plan.
Het plan was een stadsprovincie te vormen met onder andere Amstelveen, Aalsmeer, Haarlemmermeer, Diemen, Ouder-Amstel, Zaanstad, Oostzaan en Purmerend. De 13 Amsterdamse stadsdelen zouden min of meer volwaardige gemeenten worden, om de macht van Amsterdam ten opzichte van de andere gemeenten te breken. Dit was een bestuurlijk plan, bedacht door het Rijk.
Sterke regio
Het idee was dat de ‘bestuurlijke schaal’ niet meer paste op de samenleving. Als economisch gebied is Amsterdam al lang vele malen groter dan de stad. De Gemeentewet uit 1852 zou achterhaald zijn. Er moest tussen de provincies en het Rijk een nieuwe bestuurslaag komen: de stadsprovincie, een regiobestuur. De stadsprovincie zou met de luchthaven Schiphol, het rustige Amstelveen en het lege Waterland een economisch krachtige en bovendien aantrekkelijke eenheid vormen.
De theorie klopte: de bestuurlijke schaal was door de geschiedenis achterhaald en in de internationale concurrentiestrijd zou de stadsprovincie sterk zijn. Maar dat de gemeente Amsterdam moest worden opgedeeld in 13 stadsdelen bleek een lastig onderdeel van het plan. De stadsdelen zouden namelijk veel meer bevoegdheden krijgen.
Achterhaald Mokumgevoel
De bewoners waren tegen het plan. De Amsterdammers wilden niet dat hun stad opgeheven zou worden. Er groeide steeds meer weerstand in de stad. De tegenstanders van de stadsprovincie werden door de voorstanders gezien als mensen met een romantisch en achterhaald ‘Mokumgevoel’.
92 procent stemde tegen
Er werden handtekeningen ingezameld voor een correctief referendum. De drempel om het referendum te organiseren, werd gehaald. En op 17 mei 1995 ging 39,8 procent van de stemgerechtigden stemmen. 92 procent stemde tegen het opheffen van de gemeente Amsterdam. Dat was een verrassing voor het stadsbestuur. De organisatie van de stadsprovincie was al zo goed als klaar. Hadden zij zich dan zo vergist in de gevoelens en gedachten van de bewoners?
Ja, dat bleek. Een organisch gegroeide stad van ruim 7 eeuwen oud kun je blijkbaar niet zomaar opheffen. Ook vreesden mensen bestuurlijke onduidelijkheid door de toenemende macht van de stadsdelen. En de Amsterdammers voelden zich Amsterdammer. Dat bleek. De democratie had gewerkt.
Klaterende overwinning
Eberhard van der Laan (1955-2017), toen fractievoorzitter van de PvdA, later burgemeester, was sportief. Toen de einduitslag binnen was, feliciteerde hij de organisatoren van het referendum met hun 'klaterende overwinning'. ‘Ons model voor stadsprovincie en opdeling van Amsterdam heeft een fors pak slaag gehad’, concludeerde hij terecht.
In de vergetelheid
Na enig bestuurlijk gepruttel verdween het plan voor de stadsprovincie in de vergetelheid. Nu werkt Amsterdam weer gewoon samen met de omliggende gemeenten. Het toont wel aan hoe makkelijk er een kloof kan ontstaan tussen de bestuurders en de bevolking. De democratie moet die kloof dichten. Ga daarom stemmen.
18 maart: verkiezingen
Woensdag 18 maart zijn de verkiezingen voor de gemeenteraad, de stadsdeelcommissies en de bestuurscommissie Weesp. We kiezen dan wie de komende jaren meebeslist over belangrijke onderwerpen als wonen, zorg, onderwijs en klimaat. Als kiezer bepaalt u mee hoe Amsterdam wordt bestuurd. Lees er meer over op amsterdam.nl/verkiezingen.
Meer weten
Foto boven artikel: 17 mei 1995: affiche over het stadsprovincie-referendum, Muntplein. De schutting staat rond de Munttoren.
Foto's: Stadsarchief Amsterdam
