Hoe de auto Amsterdam vormgaf: van luxe object tot fietsvriendelijke stad
Amsterdam transformeerde van een stad waar de auto koning was naar een fietsvriendelijke metropool. Ontdek hoe autogebouwen, protesten en parkeergarages de stad vormden – en waarom de strijd tussen auto en fiets nog altijd actueel is voor bewoners en bezoekers.
| Feit | Details |
|---|---|
| Eerste auto in Amsterdam | 1896, Notaris Johan Backx met een Daimler Victoria |
| Architect autogebouwen | Jan Wils (Citroëngarages), Piet Zanstra (Europarking), J.B. Ingwersen (Autopon) |
| Bijnaam Europarking | 'De billen van Zanstra' |
| Witkar-project | Elektrische deelauto's (1968-1986), bedacht door Luud Schimmelpennink |
| Stop de Kindermoord | Opgericht in 1973, protest tegen gevaarlijk verkeer voor kinderen |
| AutoRAI | Autoshow in RAI-complex (1961-2015) |
| Huidige parkeergarage | Albert Cuypgarage (600 auto's, ondergronds) |
| Maximumsnelheid Amsterdam | 30 km/u (stadsbreed ingevoerd) |
Bureau Monumenten en Archeologie van de gemeente Amsterdam documenteert en beschermt het erfgoed van de stad, waaronder historische gebouwen en plekken die de invloed van de auto op de stedelijke ontwikkeling illustreren. Hun werk helpt burgers de geschiedenis van hun leefomgeving te begrijpen.
Blij met Openrijk?
Steun ons dan met een kleine bijdrage
externe link naar whydonate.comLees hieronder het originele artikel
Erfgoed van de Week | Amsterdam Autostad
Amsterdam Autostad
Notaris Johan Backx is in oktober 1896 de eerste die met een auto, een Daimler Victoria, door Amsterdam rijdt: hiermee begint voorzichtig de opkomst van de automobiel in de stad. In het begin is het een luxe-artikel en staan er weinig auto’s in de straat. Wel houden de twintigste-eeuwse stadsuitbreidingen rekening met dit nieuwe vervoermiddel. Zo zijn de straten van Plan Zuid breder dan in de eerdere wijken. En in de naoorlogse wijken in Nieuw-West en Zuidoost komen zelfs aparte autostraten en veel parkeerruimte. Bewoners van de honingraatvormige flats in de Bijlmer hebben parkeergarages tot hun beschikking. In de binnenstad leidt de toename van de auto vanaf de jaren 60 tot gebrek aan parkeerruimte, files, verkeersopstoppingen en ongelukken. Vanaf de jaren 80 neemt de gemeente maatregelen om het autoverkeer te reguleren. En al eerder – eind jaren 60 – komen er (ludieke) acties gericht tegen de auto. Maar eerst krijgt de auto ruim baan: dat zien we ook aan de gebouwen.
(Ge)bouwen voor de auto
Vanaf begin twintigste eeuw worden er speciaal voor de auto gebouwen ontworpen en gebouwd. In de binnenstad zijn er kleine garages voor reparatie en onderhoud. Aan de randen van de stad verrijzen grote gespecialiseerde garages, zoals de Citroëngarages aan het Stadionplein en de Renaultgarage aan het Prins Bernhardplein. De gebouwen worden in een eigentijdse architectuurstijl gebouwd, passend bij de auto als symbool van vooruitgang. Zo toont de zuidelijke bakstenen Citroëngarage met showroom en kantoor uit 1932 van architect Jan Wils kenmerken van de Amsterdamse School en De Stijl. De okergele stenen zijn later wit gepleisterd. Wils had kort daarvoor, in 1928, het Olympisch Stadion ontworpen.
De noordelijke Citroengarage uit 1960 is in een functionalistische stijl – ook naar een ontwerp van Wils – gebouwd. Het gebouw is opgetrokken in gewapend betonskelet en heeft grote glazen puien. Via hellingbanen bereikt men de hoger gelegen verdiepingen.
De billen van Zanstra: autogebouwen in de jaren 60 en 70
Vooral in de jaren 60 en 70 zien we een opmars van de autogebouwen. Een mooi voorbeeld is het gebouw Autopon aan het begin van de Overtoom, waar automobilisten de stad inrijden. Opdrachtgever is Pon Automobielen, de dealer van Volkswagens in Nederland. Architecten J.B. Ingwersen en C. de Geus ontwerpen in 1961 dit betonnen gebouw op pootjes, dat daarmee doet denken aan de architectuur van de Franse architect Le Corbusier. Het halfronde gebouw krijgt een showroom en werkplaatsen op de begane grond. Mooi detail is de uitstekende etalage op de eerste verdieping, bedoeld om het nieuwste model Volkswagen tentoon te stellen. Op de hoger gelegen verdiepingen zijn 56 woonappartementen gesitueerd, die aan de achterkant door galerijen te bereiken zijn. Pon verlaat het gebouw in 1977 vanwege de verminderde bereikbaarheid. Op de begane grond en eerste verdieping van het gebouw zit nu een sportschool.
Met de toename van auto’s worden er parkeergarages gebouwd in de buurt van de binnenstad. In de Marnixstraat verrijst in 1972 Europarking, naar ontwerp van Piet Zanstra. Opdrachtgever is de Amsterdamse garagehouder en huisjesmelker Hendrik Tabak. Het gebouw is van gewapend beton met een prefab gevel. Er is plek voor 700 auto’s. De begane grond is hoger, zodat hier ook bussen kunnen parkeren. Dankzij de spiraalvormige rondingen (met op- en afritten) krijgt het de bijnaam ‘de billen van Zanstra’.
De laatste jaren worden in Amsterdam vooral ondergrondse parkeervoorzieningen gebouwd. Een recent voorbeeld is de Albert Cuypgarage onder de Boerenwetering nabij De Pijp, naar ontwerp van ZJA Zwarts & Jansma Architecten. Hier kunnen 600 auto’s parkeren.
De AutoRAI
De Rijwiel en Automobiel Industrie (RAI) krijgt in 1961 een congres- en evenementencomplex aan het Europaplein in Amsterdam Zuid. Architect is Alexander Bodon. Het functionalistische complex aan het Europaplein is meerdere keren uitgebreid, onder andere met de (ook door Bodon ontworpen) Amstelhal uit 1969. Het complex is vooral bekend door de tweejaarlijkse autoshow, de AutoRAI, die er tot 2015 gehouden is. Sindsdien zijn er uiteenlopende evenementen, zoals een jaarlijkse KunstRAI.
De Witkar en Stop de Kindermoord
Vanaf het eind van de jaren 60 komt er kritiek op de alom aanwezigheid van de auto in de stad. Dit gebeurt met ludieke acties en protesten. Een voorbeeld van zo’n ludieke actie is de Witkar, een autodeelproject bedacht door ontwerper en politicus Luud Schimmelpennink. Net als zijn eerdere Witte Fietsenplan is het bedoeld om verkeersproblemen tegen te gaan. Hij ontwerpt een kleine elektrische deelauto voor 2 personen, die je op 5 plekken kon lenen. De Witkar was van 1968 tot 1986 in gebruik en daarmee zijn tijd ver vooruit.
Protesten komen er ook. In 1973 wordt de Stichting Pressiegroep Stop de Kindermoord opgericht. De stichting eist maatregelen van de gemeente om jeugdige verkeersdeelnemers te beschermen. Naast acties – zoals het bezetten van drukke kruispunten – organiseert de stichting de Nationale Straatspeeldag. De protesten halen internationale dagbladen. In 1993 verandert de naam van de stichting in Kinderen Voorrang.
Ook fietsers laten hun proteststem horen. Zo is er op 4 juni 1977 een fietsblokkade op het Museumplein, waarbij honderden fietsers hun fiets neerleggen.
Van autostad naar fietsstad
De afgelopen jaren staat Amsterdam vooral bekend als fietsstad en wordt soms zelfs dé fietshoofdstad van de wereld genoemd. Fietsers hebben voorrang dankzij fietsstraten, waar de auto te gast is. Ook het eenrichtingverkeer en de recent ingevoerde stadsbrede maximale snelheid van 30 km bevorderen de verkeersveiligheid. Dankzij ondergrondse parkeergarages is de auto minder aanwezig in het straatbeeld. Toch heeft de auto veel invloed op Amsterdam gehad. En ook in de toekomst zal het autovraagstuk versus de (elektrische) fiets een belangrijke rol voor de stad blijven spelen.
Erfgoed van de Week
In de rubriek Erfgoed van de Week staat elke week een bijzondere archeologische vondst, vindplaats, voorwerp, monumentaal gebouw of historische plek in de stad centraal. Via de website amsterdam.nl/erfgoed, Open Research Amsterdam, Instagram @monumentenarcheologie, en Facebook delen de erfgoedexperts van Bureau Monumenten en Archeologie het erfgoed van de stad met Amsterdammers én overige geïnteresseerden. Dit artikel is geschreven door Ellen van Kessel.
Bannerfoto: geparkeerde auto’s op het Amstelveld, augustus 1972. | Foto: beeldbank SAA ( B00000010293(opent in nieuw venster) ).
