Gemeente Drimmelen brengt beschermde dieren in kaart voor veilig isoleren en verbouwen
Vanaf 23 maart onderzoekt de gemeente Drimmelen samen met ecologen waar beschermde dieren zoals vleermuizen, huismussen en spreeuwen leven. Dit helpt bewoners om bij isolatie- en verbouwwerkzaamheden rekening te houden met kwetsbare soorten, zonder extra vergunningen aan te vragen.
| Onderwerp | Details |
|---|---|
| Gemeente | Drimmelen |
| Uitvoerder | Ecoresult B.V. |
| Onderzoeksperiode | 23 maart t/m eind april 2026 |
| Onderzochte diersoorten | Vleermuizen (o.a. laatvlieger), gierzwaluwen, spreeuwen, huismussen |
| Onderzoeksmethoden | Observaties bij zonsondergang (vleermuizen) en zonsopkomst (vogels) |
| Doel | Soortenmanagementplan (SMP) voor centrale ontheffing bij verbouwingen |
| Praktische maatregelen | Nestkasten, uitvliegopeningen in isolatie |
De gemeente Drimmelen is verantwoordelijk voor het behoud van biodiversiteit binnen haar grenzen en moet voldoen aan wettelijke beschermingsnormen voor dieren. Met het Soortenmanagementplan (SMP) wil de gemeente bewoners faciliteren bij duurzame bouw- en isolatieprojecten, zonder dat dit ten koste gaat van beschermde soorten.
Blij met Openrijk?
Serverkosten en ontwikkeling betalen we zelf. Een donatie wordt enorm gewaardeerd.
Lees hieronder het originele artikel
Ecologen onderzoeken beschermde dieren in onze gemeente
In de gemeente Drimmelen werken we samen met Ecoresult B.V. aan een Soortenmanagementplan (SMP). Daarmee brengen we in kaart waar beschermde dieren zoals vleermuizen, gierzwaluwen, spreeuwen en huismussen voorkomen. Deze informatie helpt ons om bij isolatie- en verbouwwerkzaamheden beter rekening te houden met kwetsbare soorten. Vanaf 23 maart trekken de ecologen van Ecoresult B.V. onze gemeente in om nieuw onderzoek te doen. Ze zijn te herkennen aan hun oranje hesje en verrekijker.
De laatvlieger, huismus en spreeuw
In het vroege voorjaar richten de ecologen zich onder andere op de laatvlieger, een van de grootste vleermuizen in Nederland. Dat doen ze tot drie uur na zonsondergang, omdat de vleermuizen dan actief zijn en rond de kraamkolonies zwermen. Daarnaast onderzoeken ze waar huismussen en spreeuwen nestelen. Ook brengen ze de zogenoemde kwetterplaatsen in beeld: plekken waar groepen huismussen samenkomen. Voor dit onderdeel van het onderzoek gaan de ecologen ’s ochtends op pad, vanaf een uur na zonsopkomst tot uiterlijk 13.00 uur. Ze doen dit op de fiets. Het onderzoek loopt tot eind april.
Waarom een soortenmanagementplan (SMP)?
Door goed in kaart te brengen waar beschermde dieren in onze gemeente leven, kunnen we voorkomen dat ze worden verstoord bij isolatie of verbouwingen. Met het SMP vragen we één centrale ontheffing aan bij de Omgevingsdienst Brabant Noord voor de bebouwde kom. Hierdoor kunnen bewoners meestal gewoon isoleren en verbouwen, zonder extra onderzoek of vergunning. Wel moet er natuurvriendelijk worden geïsoleerd. Dat betekent dat we rekening houden met dieren door hen een veilige plek en uitweg te geven. Bijvoorbeeld met nestkasten of 'uitvliegopeningen' in de isolatie.
Fotobijschrift: Onderzoeker van Ecoresult B.V. op pad voor het soortenmanagementplan
