150 jaar geleden was het een smeerboel in Rotterdam. Afval werd gewoon op straat of in het water gedumpt. Tot de gemeente besloot om een dienst stadsreiniging op te zetten: de voorloper van de Roteb.
De situatie in Rotterdam was in de tweede helft van de 19e eeuw ronduit vies, onhygiënisch en ongezond. Er was nog geen riolering. In plaats daarvan werd de poep verzameld in emmers of tonnen. Die werden vervolgens leeggekiept in grachten. Zoals de Coolvest, een gracht op de plek waar nu de Coolsingel ligt.
Afschuwelijke stank
Ook het afval werd in het water gegooid. Hoe groter de stad werd, hoe meer dit een probleem werd. Er ontstond een afschuwelijke stank. En het water in de grachten werd ook nog eens gebruikt als bron voor drinkwater. Dat leidde tot de verspreiding van allerlei besmettelijke ziekten, zoals cholera en tyfus.
Honden begraven
In 1876 kreeg de stadsapotheker van Rotterdam, A.C Kramer, de opdracht van de gemeenteraad om een dienst stadsreiniging op te zetten. Hij mocht zo’n 200 man aannemen. Dat waren voornamelijk ex-gevangenen en mensen die fysiek iets mankeerden. Hun taken waren onder meer vegen, vuil ophalen, poeptonnen ophalen en leegkiepen, besmette huizen en spullen desinfecteren en honden afmaken en begraven.
Eerste vuilverbrandingsinstallatie
Vanaf 1899 werd het professioneler aangepakt. De nieuwe directeur M.A. van der Perk nam meer en steviger mensen in dienst. Zij kregen een uniform en een beter loon. Van der Perk introduceerde ook de vuilnisbak mét deksel. Afval dat werd aanboden in een emmer zonder deksel werd niet meegenomen. In 1912 werd aan de Brielselaan de eerste vuilverbrandingsinstallatie van Europa geopend. Wat ook hielp voor een prettigere stad was de aanleg van riolering, rond 1900. De stinkende sloten werden gedempt.
Emigranten ontsmetten
In het eerste kwart van de 20e eeuw had deze dienst nog een belangrijke taak: het ontluizen en ontsmetten van mensen die naar Amerika wilden emigreren. Dat was een eis van de Verenigde Staten. Als emigranten iets mankeerden, stuurde de VS ze zonder pardon terug. De vervoersmaatschappij moest daarvoor betalen, dus er was alle belang om de mensen vóór vertrek na te kijken.
Hoofdkantoor gebombardeerd
Het bombardement van 14 mei 1940 vernietigde het hoofdkantoor van de Rotterdamse stadsreiniging. Daarmee verdween ook de complete administratie en het uitgebreide fotoarchief. In 1951 werd het nieuwe hoofdkantoor aan het Kleinpolderplein geopend. Later kwamen daar de welbekende letters ROTEB op te staan.
Reiniging, Roteb, Stadsbeheer
In 1956 kreeg de stadsreiniging officieel de naam Roteb: Reinigings-, OntsmettingsTransport- en Brandweerdienst. Vanaf 1972 stond de B voor Bedrijfswerkplaatsen. Sinds 2013 valt de dienst onder Stadsbeheer en wordt de naam Roteb officieel niet meer gebruikt.
