222 basisscholen krijgen alsnog miljoenen aan achterstallige personeelskosten uitgekeerd
Ruim 200 schoolbesturen in het basisonderwijs ontvangen een eenmalige nabetaling van 7,12% aan personeelskosten over 2022. De Raad van State oordeelde dat het ministerie van OCW een structureel tekort niet heeft gecompenseerd na de overstap naar kalenderjaarfinanciering.
| Onderwerp | Details |
|---|---|
| Aantal schoolbesturen | 222 |
| Percentage achterstallig bedrag | 7,12% (van de totale personeelskosten aug-dec 2022) |
| Periode onderbetaling | Augustus t/m december 2022 |
| Oorzaak | Overgang naar kalenderjaarfinanciering in 2023 |
| Uitspraak | Raad van State (25 maart 2026), zaaknummer 202404797/1 |
| Betrokken ministerie | Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) |
De staatssecretaris van OCW is verantwoordelijk voor de financiering van het basisonderwijs in Nederland. Het ministerie bepaalt de bekostigingssystematiek, die sinds 2023 is overgegaan van schooljaar- naar kalenderjaarfinanciering, wat in dit geval tot een juridisch geschil heeft geleid.
Openrijk is gratis en reclamevrij
Waardeer je ons werk? Help ons in de lucht te blijven met een kleine bijdrage.
externe link naar whydonate.comLees hieronder het originele artikel
Staatssecretaris OCW moet 222 schoolbesturen nog personeelskosten betalen
De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap moet 222 schoolbesturen in het basisonderwijs nog personeelskosten betalen. Het gaat om ruim 7% aan personeelskosten van de basisscholen over de periode augustus tot en met december 2022, die de staatssecretaris niet heeft betaald. Dat is de uitkomst van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van vandaag (25 maart 2026). Zij bevestigt hiermee een eerdere uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland.
Bekostigingssystematiek
Iedere maand ontvangen basisscholen van de staatssecretaris bekostiging (financiering) voor hun personeel. In de periode augustus 2006 - juli 2022 vond die financiering per schooljaar plaats en werd uitbetaald op basis van een betaalritme waarbij scholen iedere maand geld ontvingen, maar niet iedere maand evenveel. Over de eerste vijf maanden van het schooljaar (augustus tot en met december) kregen de scholen iets minder geld (34,55% in plaats van 41,67%) en werd 7,12% te weinig betaald. In de laatste zeven maanden van het schooljaar (januari tot en met juli) kregen de scholen iets meer geld, namelijk 65,45% (in plaats van 58,33%) en werd 7,12% te veel betaald. De onderbetaling over de eerste 5 maanden van het schooljaar werd dus gecompenseerd door de overbetaling over de laatste 7 maanden. Per saldo ontvingen de scholen elk schooljaar dus 100% financiering. In de overgangsperiode naar de financiering per kalenderjaar in 2023 ontvingen de basisscholen over augustus tot en met december 2022 zoals gebruikelijk 34,55%. Volgens de scholen is dat echter te weinig, omdat daarmee een tekort van 7,12 % is ontstaan dat sinds de kalenderjaarfinanciering niet meer wordt gecompenseerd. De staatssecretaris betwist dat.
Tekort niet ingelopen
De Afdeling bestuursrechtspraak is met de rechtbank van oordeel dat in de overgangsperiode augustus tot en met december 2022 een tekort van 7,12% is ontstaan, dat de staatssecretaris daarvoor of daarna niet meer heeft gecompenseerd. In de uitspraak legt de Afdeling bestuursrechtspraak uit dat dit tekort is ontstaan in 2006 toen de bekostigingssystematiek van de basisscholen werd aangepast. Dat tekort is vervolgens steeds door overbetaling in de periode januari tot en met juli alsnog gecompenseerd. Toen echter in 2023 werd overgestapt op een nieuwe bekostigingssystematiek, bleef het tekort uit najaar 2022 bestaan.
Gevolg van de uitspraak
De 222 schoolbesturen komen dus eenmalig 7,12% aan personeelsbekostiging tekort. De staatssecretaris zal daarom alsnog een nabetaling moeten doen.
Lees hier de uitspraak met zaaknummer 202404797/1.
