Nieuw wetsvoorstel: wanneer wordt steun aan terrorisme strafbaar?
De Raad van State adviseert over een wetsvoorstel dat het verheerlijken van terrorisme en steunbetuiging aan terreurgroepen strafbaar stelt. Burgers moeten zich bewust zijn van de grenzen van hun vrijheid van meningsuiting, vooral online, nu de wet mogelijk dichterbij komt.
| Onderwerp | Details |
|---|---|
| Wetsvoorstel | Strafbaarstelling verheerlijken terrorisme en steun aan terreurgroepen |
| Adviesorgaan | Afdeling advisering Raad van State |
| Datum advies | 25 maart 2026 |
| Publicatiedatum | 30 maart 2026 |
| Belangrijke vrijheden | Vrijheid van meningsuiting, vergadering, godsdienst en levensovertuiging |
| Relevante rechtspraak | Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) |
| Adviespunten | Betere toelichting EHRM-factoren, eisen aan opzet dader, strafmaxima |
| Impact op opsporing | Mogelijke gevolgen voor online opsporing |
De Raad van State adviseert de regering en het parlement over wetgeving en waarborgt dat nieuwe wetten in overeenstemming zijn met de grondrechten en internationale verdragen. In dit geval beoordeelt zij of het wetsvoorstel de democratische vrijheden niet te veel beperkt.
Openrijk is gratis en reclamevrij
Waardeer je ons werk? Help ons in de lucht te blijven met een kleine bijdrage.
externe link naar whydonate.comLees hieronder het originele artikel
Advies over wetsvoorstel strafbaarstelling verheerlijken van terrorisme
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft op 25 maart 2026 het advies vastgesteld over Wetsvoorstel strafbaarstelling verheerlijken van terrorisme en openbare steunbetuiging aan terroristische organisaties. Het advies is op 30 maart gepubliceerd op de website van de Raad van State.
Nieuwe strafbaarstellingen
Met dit wetsvoorstel wordt het verheerlijken van terroristische misdrijven en het betuigen van steun aan terroristische organisaties strafbaar gesteld. De Afdeling advisering van de Raad van State onderkent dat het voor de bescherming van onze democratische rechtsstaat belangrijk is dat het strafrecht voldoende mogelijkheden biedt om tegen het verspreiden van het extremistisch gedachtengoed op te treden. Tegelijkertijd kunnen de voorgestelde strafbaarstellingen een beperking van de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van vergadering en vereniging en de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging vormen. Deze vrijheden zijn cruciaal voor onze democratische rechtsstaat omdat zij waarborgen dat mensen kunnen deelnemen aan het maatschappelijk debat zonder te hoeven vrezen voor strafvervolging.
Worden vrijheden te veel beperkt?
De centrale vraag bij dit wetsvoorstel is of de voorgestelde strafbaarstellingen deze vrijheden te veel beperken. Hiervoor is rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) relevant over zaken waarin mensen bestraft zijn wegens positieve uitingen over terrorisme. Het EHRM kijkt in dergelijke zaken naar een aantal factoren, waaronder de maatschappelijke context waarin de uitingen zijn gedaan en in hoeverre de uitingen (indirect) anderen aanzetten tot het plegen van geweld.
Op basis van de rechtspraak van het EHRM ziet de Afdeling advisering geen aanleiding om te veronderstellen dat de voorgestelde strafbaarstellingen op zichzelf ontoelaatbare beperkingen van vrijheden vormen. De toepassing van de strafbaarstellingen in concrete gevallen kan echter wel ontoelaatbaar zijn, als niet goed wordt gekeken naar de relevante factoren die uit de rechtspraak van het EHRM volgen.
Hoe kan het wetsvoorstel worden verbeterd?
De Afdeling adviseert in de toelichting bij het wetsvoorstel in te gaan op de verschillende factoren in de rechtspraak van het EHRM. Een betere toelichting kan handvatten bieden aan de officier van justitie en de rechter wanneer zij moeten beslissen over de vervolging of bestraffing wegens verheerlijking van terrorisme of steunbetuiging aan terroristische organisaties. De Afdeling advisering geeft verder in overweging meer eisen te stellen aan het opzet van de dader bij de strafbaarstelling van het verheerlijken van terrorisme. Daarnaast adviseert de Afdeling het strafmaximum van de nieuwe strafbaarstellingen beter te laten aansluiten bij de strafmaxima die gelden voor strafbare uitingen waarbij niet wordt opgeroepen tot geweld. Tot slot vraagt de Afdeling advisering aandacht voor de gevolgen van het wetsvoorstel voor de rechtspraktijk en in het bijzonder voor de online opsporing.
Conclusie
De Afdeling advisering heeft een aantal opmerkingen bij het voorstel en adviseert daarmee rekening te houden voordat het bij de Tweede Kamer wordt ingediend.
Lees hier de volledige tekst van het advies van de Afdeling advisering.
