Het luchtmachtdetachement met 4 toestellen en zo’n 150 militairen opereerde vanaf vliegbasis Ämari in Estland. De straaljagers monitorden de grens van het NAVO-verdragsgebied. Daaronder viel ook de 'quick reaction alert'. Die werd geactiveerd wanneer een toestel het NAVO-luchtruim naderde zonder zich te identificeren.
Met de F-35’s droeg Nederland bij aan de afschrikking van Rusland. Verder stelden de gevechtsvliegtuigen Estland en omliggende NAVO-partners met hun aanwezigheid gerust.
Neerhalen drones
Behalve de beveiligingstaak oefende het detachement ook met bondgenoten. Zoals een training waarbij F-35’s boven de Oostzee drones neerhaalden. Dit gebeurde door er AIM-9 Sidewinder-raketten op af te vuren.
Een andere oefening ging over het snel inzetbaar zijn, naar en vanaf een buitenlandse basis. Deze zogeheten ‘cross-servicing’ vormde ook leerstof voor technisch personeel op vliegbasis Ämari. Dat moest onder meer ‘vreemde’ toestellen opvangen, want zelf beschikt Estland niet over de F-35.
Dat het werk van het detachement als belangrijk werd gezien, bleek ook uit de bezoeken vanuit Nederland. Zowel koning Willem-Alexander, minister-president Dick Schoof als minister Ruben Brekelmans kwamen naar Estland. Ze lieten zich persoonlijk op de hoogte stellen van de activiteiten van de luchtmacht.