Staatssecretaris Nobel: “Voor de inburgering is kennis van de Nederlandse taal en samenleving cruciaal om mee te doen en aan het werk te gaan. De wachttijden voor inburgering zijn te lang. Het is daarbij ook van belang dat het kabinet meer grip krijgt op migratie. We blijven werken aan een inburgeringstraject dat statushouders zo snel mogelijk laat kennismaken met de Nederlandse taal, samenleving en arbeidsmarkt. Nog te veel statushouders hebben geen duurzaam werk. Daar moeten we met z’n allen hard aan trekken.”
Asielstatushouders en gezins- en overige migranten zijn verplicht in te burgeren en moeten dat binnen drie jaar afronden. Sinds 1 januari 2022 is de Wet inburgering 2021 van kracht. Gemeenten hebben nu een belangrijke regierol in de begeleiding van inburgeraars. De wet richt zich op het leren van de taal, participatie en werk en het leren kennen van de Nederlandse samenleving.
Tussenevaluatie
Onderzoeksbureau Regioplan maakt in de tussenevaluatie na ruim drie jaar de balans op van de werking van de Wi2021. Daarin komen alle aspecten van het inburgeringsstelsel aan bod, zoals de samenwerking met de uitvoering, marktwerking, inburgeringscursussen en begeleiding van inburgeraars. De Algemene Rekenkamer heeft eveneens een rapport gepubliceerd over het nieuwe inburgeringsstelsel. Het is nog te vroeg voor een volledige evaluatie van de wet, omdat een groot deel van de inburgeraars het nieuwe traject nog niet volledig doorlopen heeft. De punten van zorg van de Rekenkamer komen wel overeen met de tussenevaluatie van het kabinet.
Combinatie werk en inburgering
Werk en participatie blijkt in de praktijk een uitdaging te zijn. Gemeenten hebben soms moeite om goede participatieplekken te vinden. Voor inburgeraars is het lastig om participatie of werk met taallessen te combineren. Taal en werk zijn wel beide essentieel om mee te kunnen doen. De evaluaties laten zien dat er op de combinatie van taallessen in de inburgering en werk verbeteringen nodig zijn. Daar is het kabinet mee aan de slag gegaan.
De regelgeving wordt aangepast om inburgeringsplichtigen betaald werk beter te kunnen laten combineren met hun traject. Om werk en inburgering te combineren, is voor de periode 2023-2026 € 16 miljoen beschikbaar gesteld voor gemeenten om te experimenteren met startbanen.
Het kabinet onderschrijft de conclusie van de Rekenkamer dat het potentieel van statushouders op de arbeidsmarkt maximaal benut moet worden. Daarom zal de staatssecretaris verder in gesprek gaan met gemeenten hoe er werk gemaakt kan worden van streefcijfers en registratie van opleiding en werkervaring.
Participatieverklaring
In de tussenevaluatie die het kabinet zelf heeft laten uitvoeren is ook de participatieverklaring voor inburgeraars verder onderzocht. Het kabinet vindt het van groot belang dat inburgeraars kennis hebben van de normen en waarden van de Nederlandse samenleving en deze ook onderschrijven. Het traject dat inburgeraars volgen naar het onderschrijven van de participatieverklaring draagt daar aan bij. Hierbij zal meer aandacht komen voor de uitleg van de democratische rechtsstaat, het belang van de rechtsstaat boven religieuze wetten en de betekenis van de Holocaust in de Nederlandse geschiedenis. Hiermee voert de staatssecretaris de moties van de Tweede Kamer uit die daar om gevraagd hebben.
