Minister Paul: “Met het nieuwe stelsel krijgen Nederlanders een pensioen dat makkelijker stijgt, transparanter is en past bij werknemers die niet meer veertig jaar bij één werkgever zitten. De overgang ligt goed op stoom. De helft van de pensioendeelnemers is al overgestapt en plukt nu de vruchten van dit nieuwe stelsel. In de sector wordt hard gewerkt om ook de overige pensioenen de komende twee jaar zorgvuldig over te laten gaan. Wij blijven daarom nauw in contact met de pensioenfondsen, de verzekeraars en de toezichthouders.”
Structurele verhogingen
De verhogingen bij de overgang op het nieuwe stelsel zijn structureel. Ook is er meer perspectief op verdere verhogingen de komende jaren. In het nieuwe stelsel komt een groter deel van de ingelegde premie en het behaalde rendement beschikbaar voor de pensioenuitkering. De verwachting van pensioenfondsen is daardoor dat de jaarlijkse kans op verhogingen veel groter is dan de kans op een verlaging.
Aantal fondsen dat over is
Op dit moment zijn er 30 pensioenfondsen/-kringen overgestapt op het nieuwe stelsel. Er zijn nog zes fondsen die het komende half jaar volgen. Eind dit jaar maken nogmaals 15 fondsen de overstap. 61 fondsen maken de overstap in 2027, waarna de laatste 25 fondsen op 1 januari 2028 overgaan.
Einddatum blijft ongewijzigd
De minister concludeert dat er op dit moment geen aanleiding is om de uiterste transitiedatum te verschuiven. Deze blijft staan op 1 januari 2028. Dit is in lijn met het advies van de regeringscommissaris voor transitie pensioenen prof. dr. Fieke van der Lecq. Wel blijven er zorgen over pensioenregelingen van kleine werkgevers. Veel van deze regelingen moeten nog worden overgezet. De minister benadrukt dat het van groot belang is dat kleine werkgevers in actie komen. Het ministerie neemt samen met werkgeversorganisaties maatregelen om werkgevers te informeren en ondersteunen.
De totale beheerkosten voor het administreren van 10,7 miljoen pensioenen stegen in 2024 met € 220 miljoen naar € 1,4 miljard. Dit is een stijging van 17,7%. Voor een deel zijn dit eenmalige kosten door de voorbereidingen op de overgang. Ook wordt de overgang aangegrepen om te investeren in de ICT-systemen. De verwachting is dat de kosten na afloop van de transitie weer dalen.
