Aantal bospaddenstoelen in Nederland met 20% gedaald: wat betekent dit voor onze bossen?
De afname van bospaddenstoelen in Nederlandse bossen zet door, met een daling van 20% in 15 jaar. Dit heeft gevolgen voor de gezondheid van bossen en de biodiversiteit. Vooral soorten die samenwerken met bomen, zoals de vliegenzwam, zijn hard achteruitgegaan.
| Onderwerp | Gegevens |
|---|---|
| Periode afname | 2010 - 2024 |
| Totale afname | 20% |
| Soorten onderzocht | 119 (van ca. 1.600) |
| Grootste afname | Samenwerkende soorten (o.a. vliegenzwam), -80% sinds 2010 |
| Toename (1994-2010) | Samenwerkende soorten (+80%), strooiselafbrekers (+15%) |
| Houtbewoners | Stabiel na eerdere toename (+25% tussen 1994-2010) |
| Oorzaak eerdere afname | Verzuring en vermesting door uitstoot (zwaveldioxide, ammoniak, stikstof) |
| Rol van stikstof | Stikstofgevoelige soorten namen af na 2010 door aanhoudende stikstofneerslag |
| Meetnet | Netwerk Ecologische Monitoring (NEM), Paddenstoelenonderzoek Nederland |
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) monitort de verspreiding van bospaddenstoelen als onderdeel van de ecologische monitoring in Nederland. Deze gegevens helpen beleidsmakers en onderzoekers om de gezondheid van bossen en de impact van milieumaatregelen te evalueren.
Wij draaien op koffie (en jouw steun)
Jij leest het nieuws, wij verzamelen het. Een kopje koffie houdt ons scherp.
Lees hieronder het originele artikel
Bospaddenstoelen afgelopen 15 jaar met een vijfde afgenomen
Sinds 2010 neemt de verspreiding van bospaddenstoelen af. Tussen halverwege de jaren negentig en 2010 was nog sprake van een toename. Van soorten die nauw samenwerken met bomen, en zo een belangrijke rol spelen in de gezondheid van bossen (zoals de vliegenzwam), nam de omvang van het verspreidingsgebied tussen 1994 en 2010 met ongeveer 80 procent toe. Maar deze soorten zijn de afgelopen vijftien jaar ook weer het hardst achteruitgegaan. Dat blijkt uit nieuwe berekeningen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van gegevens uit het meetnet bospaddenstoelen van Paddenstoelenonderzoek Nederland.
In dit meetnet, onderdeel van het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM), worden 119 (van de ongeveer 1 600) soorten bospaddenstoelen geteld in bossen op zandgronden. Paddenstoelen zijn de vruchtlichamen van schimmels en komen voort uit schimmeldraden (mycelium) die groeien in de grond, tussen bladeren of in hout. Omdat paddenstoelen snel reageren op veranderende omstandigheden van milieu en klimaat, zijn het goede graadmeters voor de kwaliteit van hun leefomgeving. Hoe het met de paddenstoelen gaat zegt dan ook veel over de samenstelling en gezondheid van bossen.
In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw namen veel soorten bospaddenstoelen sterk af. Dit kwam door de uitstoot van stoffen (zwaveldioxide, ammoniak, stikstofoxiden) die het milieu (water en bodem) verzuren en vermesten [1]. Milieumaatregelen zorgden vervolgens voor een afname van de uitstoot van deze stoffen. Daardoor trad vanaf halverwege de jaren negentig tijdelijk herstel op van bospaddenstoelen, voornamelijk van stikstofgevoelige soorten.
Drie groepen bospaddenstoelen
Bospaddenstoelen hebben drie belangrijke taken in het bos en worden daarom ingedeeld in drie groepen: strooiselafbrekers, houtbewoners en samenwerkers.
De ‘strooiselafbrekers’ (saprotrofe soorten van de bosbodem), zoals de grote en kleine stinkzwam, breken dood plantenmateriaal af, zoals bladeren die op de bosbodem zijn gevallen. Deze groep paddenstoelen nam tussen 1994 en 2004 toe met gemiddeld 15 procent, maar nam tussen 2004 en 2024 af tot 85 procent van de verspreiding in 1994.
Houtbewoners stabiel na eerdere toename
Hout-parasitaire schimmels, zoals de pruikzwam en berkenzwam, leven ten koste van levende maar vaak al verzwakte of oude bomen en planten, en kunnen deze langzaam ziek maken en laten afsterven. Als een boom eenmaal dood is zijn er paddenstoelen die het dode hout afbreken, de zogenaamde hout-saprotrofe soorten. Deze twee groepen van ‘houtbewonende’ bospaddenstoelen (de parasieten en de saprotrofe soorten) namen tussen 1994 en 2010 toe met ruim 25 procent, maar namen daarna weer af tot ongeveer het niveau van 1994.
Samenwerkers van het bos
Samenwerkende schimmels (ectomycorrhiza), zoals de vliegenzwam en hanenkam (of cantharel), groeien om de fijne wortels van bomen heen en ruilen voedingsstoffen en water tegen suikers, die de boom met fotosynthese maakt. Deze schimmels bevorderen de groei van bomen, terwijl ze zelf ook voordeel hebben bij deze samenwerking (symbiose). Na een toename met ongeveer 80 procent tussen 1994 en 2010, nam deze groep daarna weer af. Toch lag de verspreiding van deze groep bospaddenstoelen in 2024 nog ongeveer 35 procent hoger dan in 1994.
Samenwerkers meest gevoelig voor veranderingen in milieu
De ‘samenwerkers’ (ectomycorrhiza-soorten) namen vanaf 1994 toe, onder meer door een daling van de stikstofuitstoot door de landbouw en door het grotendeels verdwijnen van zure regen. Binnen deze groep bospaddenstoelen zijn er twee groepen te onderscheiden: stikstofgevoelige (het merendeel van de soorten) en stikstoftolerante soorten. De stikstofgevoelige soorten namen met 136 procent toe tussen 1994 en 2010. Daarna vond geen verdere afname plaats van de neerslag van stikstof, en namen deze bospaddenstoelen weer sterk af (droge zomers speelden hierbij een rol). De verspreiding van stikstoftolerante ‘samenwerkers’ bleef in deze periode nagenoeg gelijk.
Bronnen
- Compendium voor de leefomgeving – Trend in bospaddenstoelen
Relevante links
- [1] Van Strien et al, 2017 - Woodland ectomycorrhizal fungi benefit from large-scale reduction in nitrogen deposition in the Netherlands
- Dashboard – Duurzaamheid
- Website - Bosbarometer
