Cao-lonen stijgen met 4,5 procent: wat betekent dit voor jouw portemonnee?
In het eerste kwartaal van 2026 zijn de cao-lonen met 4,5 procent gestegen ten opzichte van vorig jaar. Voor werknemers betekent dit een reële loonstijging van 2 procent na inflatiecorrectie. Vooral in de bouw en onroerend goed zijn de stijgingen groot, terwijl de overheid achterblijft.
| Onderwerp | Waarde |
|---|---|
| Cao-loonstijging (2026 Q1) | 4,5% |
| Reële loonstijging | 2,0% |
| Hoogste stijging (sector) | Particuliere bedrijven: 4,9% |
| Laagste stijging (sector) | Overheid: 3,4% |
| Hoogste stijging (bedrijfstak) | Verhuur/handel onroerend goed: 8,1% |
| Laagste stijging (bedrijfstak) | Waterbedrijven/afvalbeheer: 1,7% |
| Dekking cao’s | 93% van de cao’s, 75% werknemers |
| Contractuele loonkosten | 4,4% stijging |
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) monitort en rapporteert over economische ontwikkelingen, waaronder loonontwikkelingen. Deze cijfers helpen overheden, werkgevers en werknemers om inzicht te krijgen in de koopkracht en arbeidsmarkttrends.
Lees hieronder het originele artikel
Cao-lonen in eerste kwartaal 4,5 procent hoger
In het eerste kwartaal van 2026 zijn de cao-lonen (uurloon inclusief bijzondere beloningen) 4,5 procent hoger dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Toen was de cao-loonstijging nog 5,4 procent. Sinds de hoge cao-loonstijging in het derde kwartaal van 2024 (6,8 procent) neemt de cao-loonontwikkeling af. Gecorrigeerd voor inflatie zijn de lonen in het eerste kwartaal 2,0 procent hoger. Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van nieuwe cijfers.
Sterkste stijging bij particuliere bedrijven
In de sector particuliere bedrijven stijgen de cao-lonen het meest, met 4,9 procent. Ook een jaar eerder stegen de lonen daar het sterkst. In de sector overheid stijgen de lonen, net als vorig jaar, het minst: 3,4 procent. Bij de gesubsidieerde instellingen is de stijging 4,1 procent.
Sterkste loonstijging in verhuur en handel van onroerend goed
In de bedrijfstak verhuur en handel van onroerend goed (woningcoraties) stijgen de cao-lonen in het eerste kwartaal het meest: met 8,1 procent. In het eerste kwartaal van 2025 bleven de lonen nog gelijk in deze bedrijfstak. Ook de bouwnijverheid hoort met 7,2 procent tot de grootste stijgers in het eerste kwartaal van 2026. De bedrijfstak waterbedrijven en afvalbeheer heeft de laagste loonstijging: 1,7 procent. Met een loonstijging van 3,0 procent hoort ook het openbaar bestuur tot de bedrijfstakken met de laagste loonontwikkeling.
Ontwikkeling contractuele loonkosten vrijwel gelijk aan cao-lonen
De contractuele loonkosten –de cao-lonen plus werkgeverspremies (pensioen en verzekeringen voor arbeidsongeschiktheid, werkloosheid en zorg)– stijgen in het eerste kwartaal van 2026 met 4,4 procent. Dit is vrijwel gelijk aan de ontwikkeling van de cao-lonen. In 2026 is de werkgeversheffing voor de zorgverzekeringswet (Zvw) gedaald. De premie WHK (Werkhervattingskas) is toegenomen. Deze bestaat uit de gemiddelde WGA (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten)- en ziektewetpremie.
Reële loonstijging 2,0 procent
De reële cao-loonontwikkeling, waarbij het cao-loon wordt gecorrigeerd voor inflatie, ligt in het eerste kwartaal van 2026 op 2,0 procent. De reële loonontwikkeling is al tien kwartalen achterelkaar positief.
De voorlopige cijfers over het eerste kwartaal van 2026 zijn gebaseerd op 93 procent van de cao’s waaruit de statistiek is opgebouwd. Drie kwart van de werknemers valt onder een cao.
Bronnen
- StatLine - Cao-lonen
