23 januari 2026

Overheidsschulden stegen wereldwijd fors. De meeste recente IMF Fiscal Monitor laat zien dat de gemiddelde schuldquote de komende jaren oploopt naar 100% van het bbp, het hoogste niveau sinds de Tweede Wereldoorlog. Toch lijken veel landen, en ook financiële markten, zich weinig zorgen te maken. Hoewel rentes recent opliepen, liggen deze historisch gezien nog steeds op een laag niveau. Binnen de eurozone zijn de renteverschillen relatief beperkt. Ondanks alle aandacht voor de Franse begroting, lijkt de angst voor een nieuwe Europese schuldencrisis grotendeels afwezig.

Pieter Hasekamp

directeur

Is dat optimisme terecht? Er zitten inderdaad weinig landen in de acute gevarenzone. Dat is anders dan tijdens de eurocrisis, toen landen als Griekenland en Cyprus geen zelfstandige toegang meer hadden tot de kapitaalmarkt. Maar op de middellange termijn kunnen wel degelijk grote problemen ontstaan, als schuld en rentebetalingen blijven oplopen. 

Om dit te voorkomen moeten landen als Italië en Spanje – via bezuiniging of lastenverhoging – een structurele begrotingsaanpassing doorvoeren van zo’n 3% van het bbp, laat een recente studie zien.  Voor België ligt die noodzakelijke aanpassing op zo’n 4% van het bbp, voor Frankrijk op 5%. Dat zijn zeer forse ombuigingen – en dan is nog geen rekening gehouden met de structurele kosten van hogere defensie-uitgaven en van de energietransitie. Er is dus niet zozeer sprake van een onhoudbare schuld, maar wel van onhoudbaar begrotingsbeleid.

Meer investeren

Sommige experts opperen nog een derde manier om tot houdbaar beleid te komen: meer investeren. Overheidsinvesteringen, zo is de redenering, verhogen de economische groei en verdienen zichzelf daarmee terug. Veel economen wijzen al langer op het belang van hogere publieke investeringen. Sommige pleiten daarbij voor wijziging van nationale en Europese begrotingsregels, om het mogelijk te maken voor investeringen extra te lenen. Toch zijn er redenen om sceptisch te staan tegenover zo’n aanpassing.

Allereerst is daar de vraag wat precies een investering is. De officiële definitie beperkt zich meestal tot fysieke kapitaalgoederen, zoals gebouwen, wegen, kabels. Maar de meest rendabele investeringen op de lange termijn zijn waarschijnlijk die in onderwijs en kennis, in menselijk kapitaal dus. Maar is gezondheidszorg ook niet een investering in menselijk kapitaal? En sociale zekerheid? Als we voorkomen dat kinderen opgroeien in armoede, dan heeft de samenleving daar een leven lang profijt van. Veiligheid, een goed functionerende overheid, de rechtsstaat: allemaal essentiële voorwaarden voor toekomstige welvaart. Voordat we het weten, heet elke uitgave een investering en hebben we creatief boekhouden tot regel verheven.

Zichzelf terugverdienen

Het tweede punt is hieraan gerelateerd. Bepaalde uitgaven hebben weliswaar langetermijnbaten, maar dat wil nog niet zeggen dat ze zichzelf in euro’s terugverdienen. Hogere defensie-uitgaven zijn van groot belang voor onze veiligheid, maar leiden niet perse tot hogere economische groei. Hetzelfde geldt voor uitgaven aan de energietransitie en voor gezondheidspreventie. De baten zijn vooral niet-monetair: duurzaamheid en een betere gezondheid, maar ze leiden niet evident tot hogere overheidsinkomsten. 

En ten slotte, zelfs investeringen die zichzelf wel terugverdienen en de productiviteit verhogen zijn geen garantie voor een verbetering van de overheidsfinanciën. Dat lijkt contra-intuïtief: van Draghi tot Wennink wordt immers gesteld dat een hogere productiviteitsgroei essentieel is om onze collectieve voorzieningen te blijven betalen. Dan wordt voorbijgegaan aan het feit dat die voorzieningen samenhangen met het algemene welvaartsniveau. Stijgt de arbeidsproductiviteit, dan stijgen de lonen, ook die van mensen die werken bij de overheid, het onderwijs en de zorg. Uitkeringen als de AOW zijn gekoppeld aan de loonontwikkeling, en de zorgvraag groeit sneller als de economie harder groeit. Productieve overheidsinvesteringen verhogen dus de welvaart in brede zin, maar leiden niet automatisch tot een gunstiger overheidssaldo.

Toekomstgerichte keuzes

Het is belangrijk dat Europese landen weer meer gaan investeren in projecten met een opbrengst op de lange termijn. Niet door die buiten de begroting te plaatsen, maar door ruimte te maken binnen de begroting. Dat kan door hervormingen die leiden tot een efficiëntere overheid en een zorgstelsel dat scherper inzet op gepaste zorg. En door politieke keuzes over thema’s als langer doorwerken en hogere lasten. Er zijn geen magische trucs om de begrotingsruimte te vergroten: het maken van toekomstgerichte keuzes blijft de beste garantie om uit een volgende schuldencrisis te blijven. 

Dit essay van Pieter Hasekamp is op vrijdag 23 december 2026 ook gepubliceerd op de opiniepagina van Het Financieele Dagblad.