20 februari 2026

Gaat de mensheid verdwijnen? Het wereldwijde geboortecijfer daalt hard en komt de komende jaren volgens prognoses van de Verenigde Naties en Oeso onder de vervangingsratio van 2,1 kinderen per vrouw terecht. Dat betekent niet meteen dat de wereldbevolking in aantal gaat afnemen. Op dit moment zijn er immers nog veel jongeren in de vruchtbare leeftijd. Maar als de daling van de vervangingsratio doorzet – en dat is wel de verwachting – betekent dit op termijn onvermijdelijk demografische krimp.

Pieter Hasekamp

directeur

Veel ontwikkelde landen bevinden zich al in die situatie. In Nederland ligt het geboortecijfer net onder de 1,5, nog iets boven het gemiddelde van de Europese Unie en de Verenigde Staten. Sommige landen zitten veel lager: China heeft een vruchtbaarheidscijfer van 1,2, Zuid-Korea van 0,75. Elke nieuwe generatie is meer dan de helft kleiner dan de voorgaande. Wat zijn de gevolgen van deze ontwikkeling? En hoe moet Nederland daarop inspelen?

Een directe consequentie van een krimpende bevolking is een lagere economische groei. Er komen tenslotte steeds minder mensen beschikbaar voor de arbeidsmarkt. De meest recente ramingen van het Centraal Planbureau voor Nederland laten zien dat de groei van de beroepsbevolking afneemt van 1,5% per jaar over de periode 2022-2025 naar 0,8% per jaar in de komende vier jaar. Vanaf 2030 gaat het helemaal hard: het aantal werkenden neemt dan nog maar nauwelijks toe. Dat vertaalt zich rechtstreeks in een lagere economische groei: die daalt van jaarlijks 1,4% in komende vier jaar naar 1,0% in de periode 2030-2033. 

Niet nieuw

Kunnen we de productiviteit per werkende verhogen? Het is een aantrekkelijke gedachte, maar de vraag is: hoe dan? Die vraag staat momenteel hoog op de agenda, zowel in Europa (zie het Draghi-rapport) als in Nederland (het rapport-Wennink). En de antwoorden zijn eensluidend: investeer meer, in infrastructuur, in innovatie, in opleiding en scholing. En zorg ervoor dat die investeringen kunnen renderen: voltooi de interne markt, en beperk onnodige regels en bureaucratie. Verstandige adviezen, maar ze zijn niet nieuw. De Lissabon-agenda van de EU uit 2009 bevatte dezelfde denkrichtingen, maar sindsdien gebeurde er niet veel mee. Zo simpel blijkt het niet.

De hoop is misschien dat de geopolitieke urgentie Europa nu wel tot actie dwingt. Misschien – maar dan is het goed om op te merken dat veel voorgestelde investeringen (in defensie, in meer strategische autonomie) wellicht noodzakelijk zijn, maar niet per se leiden tot hogere productiviteit. Voor defensie-uitgaven geldt eerder het tegenovergestelde, zoals recente studies van het CPB en De Nederlandsche Bank laten zien. En het zelf gaan maken van zaken die nu zeer goedkoop in het buitenland worden geproduceerd – van Amerikaanse clouddiensten tot Chinese batterijen – is op korte termijn economisch inefficiënt. Dat is een prijs die we misschien moeten betalen, maar we worden er niet productiever van.

Het is bovendien  onduidelijk hoe een vergrijzende samenleving zich verhoudt tot productiviteitsgroei. Aan de ene kant kan krapte op de arbeidsmarkt leiden tot investeringen in arbeidsbesparende technologie, zoals robots en AI. Aan de andere kant is het onzeker of een ouder wordende beroepsbevolking in staat is om voldoende te innoveren en door herscholing en/of wisseling van baan uiteindelijk productiever te worden.

Optimisme 

Toch is er reden tot enig optimisme. Afgelopen 20 jaar bleven steeds meer ouderen werken en steeg de feitelijke pensioenleeftijd in Nederland van 61 naar 66. Meer dan 20% van de 65+ers heeft nu betaald werk. In 2033 ligt dat naar verwachting op 30%. Veel mensen werken dus al langer door, zonder verhoging van de AOW-leeftijd. Dat is soms uit noodzaak, maar vaker speelt werkplezier een grote rol. 

Een andere oplossing voor demografische krimp ligt in het buitenland. Een recente studie van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid wijst erop dat de arbeidsmigratie uit Midden- en Oost-Europa de komende jaren wegvalt omdat die landen ook te maken krijgen met demografische krimp. 

Daarom adviseert het rapport om de samenwerking  te intensiveren met regio’s die de komende jaren nog wél een demografisch dividend genieten: Zuid-Amerika, Afrika, het Midden-Oosten, Zuid- en Centraal-Azië. Vaak wordt dan gedacht aan migratie – het feit dat deze landen geen EU-lid zijn maakt het mogelijk daar gerichter op te sturen. Maar misschien zijn handels- en investeringsakkoorden, zoals onlangs met Mercosur en India gesloten, nog wel belangrijker.  We hoeven tenslotte niet alles hier te produceren. Ook gelet op de geopolitieke onzekerheid is het verstandig om met de mondiale demografie mee te bewegen.

Dit essay van Pieter Hasekamp is op vrijdag 20 februari 2026 ook gepubliceerd op de opiniepagina van Het Financieele Dagblad.