Nederland versnelt transitie naar proefdiervrij onderzoek: NWO sluit zich aan bij landelijk programma
Nederland zet een belangrijke stap in de transitie naar proefdiervrij onderzoek. Met de aansluiting van NWO bij het programma Transitie Proefdiervrije Innovatie wordt gewerkt aan betere alternatieven voor dierproeven, zonder de kwaliteit van wetenschappelijk onderzoek uit het oog te verliezen. Voor burgers betekent dit minder dierenleed en meer innovatie in de gezondheidszorg.
| Onderwerp | Details |
|---|---|
| Aantal proefdieren in Nederland | ~400.000 per jaar, waarvan een groot deel voor wetenschappelijk onderzoek |
| Doel programma | Stimuleren van proefdiervrije innovaties en alternatieve onderzoeksmodellen |
| Betrokken partijen | NWO, ministerie van LNV, wetenschap, bedrijfsleven en maatschappij |
| Rol NWO | Financiering en bevordering van proefdiervrije onderzoeksprogramma’s |
| Voorbeelden alternatieven | Hersenen-op-een-chip, nier-op-een-chip, organ-on-a-chip-modellen |
| Wetgeving | Wet op de Dierproeven: geen dierproef als er een alternatief is |
De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) financiert en stimuleert wetenschappelijk onderzoek in Nederland. In deze rol draagt NWO bij aan maatschappelijke uitdagingen, zoals het terugdringen van proefdiergebruik, door innovatieve onderzoeksprogramma’s te ondersteunen en samen te werken met andere partijen. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) heeft een regierol in de transitie naar proefdiervrij onderzoek.
Openrijk is gratis en reclamevrij
Waardeer je ons werk? Help ons in de lucht te blijven met een kleine bijdrage.
externe link naar whydonate.comLees hieronder het originele artikel
NWO sluit zich aan bij Transitie Proefdiervrije Innovatie
Van in het lab gekweekte hersenen tot een nier-op-een-chip. Een toekomst met meer humane onderzoeksmodellen én minder proefdieren lijkt een steeds haalbaardere stip aan de horizon te worden. In de wetenschappelijke wereld wordt er al decennia hard gewerkt om onderzoek zonder dieren mogelijk te maken. Toch kunnen proefdieren (nog) niet altijd vervangen worden en blijven ze soms noodzakelijk om een onderzoeksvraag goed te beantwoorden. Terwijl NWO het laatste onderschrijft, wil ze tegelijkertijd de transitie naar proefdiervrij onderzoek sterker stimuleren. Om hierin samen te werken en dit uit te dragen, is NWO partner geworden van het programma Transitie Proefdiervrije Innovatie.
Nederland wil wereldleider zijn in de transitie naar proefdiervrij onderzoek. Dat betekent dat de wetenschap volop aan de slag moet met het ontwikkelen van alternatieven. “Maar daarbij komt veel meer om de hoek kijken dan het ontwikkelen van alleen alternatieve onderzoeksmodellen en meetmethoden”, benadrukt de voorzitter van NWO, Marcel Levi: “We moeten ook kijken naar de onderzoekscultuur én de discussie aanzwengelen in de wetenschap over wat we accepteren als een geschikt model dat de kwaliteit en validatie van onze onderzoeksresultaten waarborgt.”
Samen optrekken
Om hier gezamenlijk met andere partijen meer in op te trekken, is NWO onlangs partner geworden van het programma Transitie Proefdiervrije Innovatie van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Deze stap past bij de ambitie van NWO om vanuit haar eigen rol als wetenschapsfinancier de transitie naar proefdiervrij onderzoek waar mogelijk te versnellen. NWO bevordert en vernieuwt wetenschappelijk onderzoek van wereldklasse, dat wetenschappelijke en maatschappelijke impact heeft. Dat gaat heel goed samen met de missie en de ambities van het programma Transitie Proefdiervrije Innovatie. NWO draagt zelf al jaren bij aan een transitie naar meer alternatieve modellen door middel van een aantal onderzoeksprogramma’s gericht op de vervanging van dierproeven én op de acceptatie en implementatie van proefdiervrije modellen.
Onderzoek bevorderen met wetenschappelijke en maatschappelijke impact
Zowel binnen de wetenschap als de maatschappij ligt het gebruik van proefdieren steeds meer onder een vergrootglas. Omdat NWO wetenschappelijke en maatschappelijke impact nastreeft, ziet zij het terugdringen van proefdieren via een proefdierwijs-beleid als een belangrijke taak, in het besef dat onderzoek met dieren tot op zekere hoogte en in bepaalde wetenschapsgebieden ook nodig zal blijven. Dit houdt in dat de handhaving van de hoge kwaliteit en betrouwbaarheid van wetenschappelijk onderzoek én het vinden van manieren om proefdiergebruik te verminderen hand in hand zullen moeten gaan, in samenwerking met het onderzoeksveld. Denk daarbij aan het bevorderen van bewustwording bij onderzoekers en beoordelaars over New Approach Methodologies (NAM’s), maar ook aan betere standaardisatie, preregistratie en transparantie, en meer toegankelijkheid van data uit proefdieronderzoek om zo onnodige herhaling te voorkomen.
Handhaven van de hoge kwaliteit en betrouwbaarheid van wetenschappelijk onderzoek én het vinden van manieren om proefdiergebruik te verminderen moeten hand in hand gaan.
Het dilemma van proefdiergebruik in de wetenschap: wat kunnen we méér doen?
Want uit cijfers van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit blijkt dat er nog veel proefdieren worden ingezet in Nederland: zo’n 400.000. Daarvan wordt een substantieel deel voor wetenschappelijk onderzoek gebruikt. Ondanks veelbelovende alternatieven, is het simpelweg nog niet altijd goed mogelijk om kwalitatief vergelijkbaar onderzoek te doen zonder proefdieren. Het coronavaccin is hier een voorbeeld van. En bij proefdiervrije modellen die al wél bestaan, blijft breed gebruik nog achter. De route die ze moeten afleggen van ontwikkeling tot breed gedragen acceptatie is immers een lange. Toch kunnen we meer doen. Door onder meer onderzoekers voorafgaand aan hun project te vragen om goed na te denken of dierproeven echt nodig zijn of dat er alternatieven bestaan, valt er al veel te winnen. Datzelfde geldt voor het wijzen op ARRIVE -richtlijnen voor het publiceren van proefdieronderzoek, meer preregistratie en het delen van onderzoeksdata. Zo verkleinen we de kans op onnodige herhaling van experimenten, met uiteindelijk veel minder dierenleed.
Meer over Transitie Proefdiervrije Innovatie
Transitie Proefdiervrije Innovatie is een programma dat de transitie naar proefdiervrij onderzoek stimuleert. Via dit programma neemt het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur een regierol in deze transitie. De partners komen uit overheid, maatschappij, bedrijfsleven en wetenschap. Die denken soms verschillend over de transitie naar proefdiervrije innovaties en hebben verschillende kennis in huis. Zo inspireren de partners elkaar en vullen ze elkaar aan. Namens NWO nemen Marjolijn Robijn en Menno Grouls deel aan de landelijke werkgroep.
Geen dierproef, tenzij …
De Wet op de Dierproeven is voor NWO uiteraard leidend. Er mag geen dierproef worden gedaan als er een alternatief is en nooit zonder vergunning. Indien er geen alternatief is, moet dit zo transparant mogelijk gebeuren. Dit wordt beoordeeld door diverse commissies, zoals de Centrale Commissie Dierproeven en een dierethische commissie. Die beoordelen of het ongerief dat het dier ondervindt, opweegt tegen nut en noodzaak van het onderzoek. NWO vraagt onderzoekers altijd naar een vergunning als proefdieronderzoek deel uitmaakt van de onderzoeksaanvraag.
Onderzoekers zetten proefdieren niet alleen in voor de gezondheid van mensen, maar ook om het welzijn van dieren zelf te verbeteren. Het onderzoek van deze Leidse onderzoekers met stekelbaarzen en grasparkieten laat zien dat zorgvuldig gebruik van proefdieren juist kan bijdragen aan dierenwelzijn, zowel in het lab als in de natuur.
We willen af van dierproeven, maar kunnen in veel gevallen nog niet zonder. Bijvoorbeeld in onze zoektocht naar behandelingen voor de ziekte van Alzheimer en immuunaandoeningen. Onderzoek dat de basis vormt voor nieuwe behandelingen die levens redden.
Er wordt een nieuwe generatie organ-on-a-chip-modellen ontwikkeld, met zeer complexe structuren die menselijke weefsels perfect nabootsen. Dat kan dierproeven overbodig en meer medisch onderzoek mogelijk maken. Er wordt hard aan gewerkt om toepassing in de praktijk echt mogelijk te maken.
Want bij het versnellen van die transitie komt meer om de hoek kijken dan het ontwikkelen van alternatieve onderzoeksmodellen alleen. "We moeten ook kijken naar de onderzoekscultuur én de discussie aanzwengelen in de maatschappij over wat we accepteren als een geschikt model."
Bron: NWO
