Arnhemse stadsbrand: OM eist 10 jaar cel voor hoofdverdachte, vrijspraak voor medeverdachten
Een 58-jarige Arnhemmer staat terecht voor het opzettelijk aansteken van een verwoestende brand in het centrum van Arnhem, waarbij historische panden verloren gingen en bewoners blijvende psychische schade opliepen. Het OM eist 10 jaar cel, terwijl twee medeverdachten worden vrijgepleit wegens gebrek aan bewijs voor medeplichtigheid.
| Onderwerp | Details |
|---|---|
| Verdachte | 58-jarige man uit Arnhem |
| Straf eis | 10 jaar gevangenisstraf voor opzettelijke brandstichting |
| Medeverdachten | Twee personen, vrijspraak geëist |
| Datum brand | 6 maart 2025 |
| Locatie | Varkensstraat, centrum Arnhem |
| Schade | Historische panden verwoest, psychische schade bij bewoners |
| Bewijs | Camerabeelden, geluidsopnames, getuigenverklaringen |
| Motief | Onbekend, verdachte geeft geen verklaring |
Het Openbaar Ministerie (OM) is verantwoordelijk voor de strafrechtelijke vervolging van verdachten in Nederland. In deze zaak bepaalt het OM de strafeis en beoordeelt het de bewijzen tegen de verdachten, waarbij het de belangen van slachtoffers en de samenleving behartigt.
Lees hieronder het originele artikel
OM eist 10 jaar gevangenisstraf tegen Arnhemmer voor veroorzaken verwoestende stadsbrand, vrijspraak gevorderd tegen twee medeverdachten
De nu 58-jarige Arnhemmer die als enige verdachte nog vast zit voor het ontstaan van de grote stadsbrand in het centrum van Arnhem van maart vorig jaar, is hiervoor volgens het Openbaar Ministerie in zijn eentje verantwoordelijk. Het OM eist tegen hem een gevangenisstraf van 10 jaar voor opzettelijke brandstichting met gevaar voor mensenlevens. Het OM komt op basis van het onderzoek tot de conclusie dat zijn twee medeverdachten, die ook gisteren en vandaag voor de rechtbank verschenen, moeten worden vrijgesproken voor het medeplegen of medeplichtigheid van de brandstichting.
“6 maart 2025 zal voor altijd de geschiedenisboeken ingaan als een gitzwarte dag voor Arnhem”, zo begint de officier van justitie vandaag tijdens de zitting de motivering van de strafeis. “In de vroege ochtend ontstaat in het oude centrum van de stad een zeer grote brand. Een groot aantal prachtige, waaronder als monument aangemerkte, historische panden gaat letterlijk in rook op. Wonder boven wonder vallen er, ook met dank aan de in grote getale toegesnelde hulpdiensten, geen doden of zwaargewonden.”
Blijvende psychische schade slachtoffers
Naast de enorme financiële en materiele schade stipt het OM tijdens de zitting uitgebreid de gevolgen voor de slachtoffers aan; het is hoogstwaarschijnlijk dat een aantal bewoners blijvende psychische schade overhouden door de angstige uren die ze doorbrachten, in één geval is een posttraumatische stresstoornis (PTSS) vastgesteld: “Mensen werden midden in de nacht, al slapend in hun bed, in hun vertrouwde omgeving, bruut gewekt. Door geluiden van de brand, door gebonk op de deuren van buren of door politie- en brandweermensen. In het holst van de nacht moesten zij zo snel als mogelijk hun woning verlaten en letterlijk alles achterlaten. Het is nauwelijks voor te stellen dat sommigen na een aantal dagen moesten constateren dat er helemaal niets meer over is van de bezittingen. Je huis, je meubels, je bed, je spullen, je foto’s, je tastbare herinneringen: alles is weg.”
‘Laten we dit ding in de fik zetten’
Drie personen lopen, zo is op camerabeelden te zien –en op geluidsbestanden te horen- kort voor het begin van de brand iets voor drie uur in de ochtend door de Varkensstraat. Ze praten over brandstichting: ‘Hé, laten we dit ding in de fik zetten, vind ik leuk’, wordt er gezegd over een rolcontainer met daarop karton -later blijkt dit de stem van de 58-jarige Arnhemmer te zijn-. ‘Ja, laten we dat maar doen’, antwoordt een tweede persoon. Er bestaat geen twijfel over of dit de verdachten zijn, want nadat ze zijn aangehouden herkennen ze zichzelf op de beelden.
Het drietal houdt zich die nacht bijna 40 seconden op nabij de container in de Varkensstraat. Uit de analyse van de camera- en geluidsfragmenten is volgens het OM op te maken dat het de 58-jarige verdachte is die vuur tegen een stapel karton op de rolcontainer houdt.
Dan zit er ruim 10 minuten tussen het moment dat de drie verdachten zich in de Varkensstraat bevinden, zij verder lopen, en het moment dat de eerste rookontwikkeling op de camerabeelden zichtbaar is. In die tussentijd zijn er geen andere personen die deze plek passeren. Andere oorzaken (zoals kortsluiting en blikseminslag) worden na uitgebreide onderzoeken uitgesloten; er is brand gesticht aan de buitenzijde van het pand van de winkel SoLow, aan het karton op de rolcontainer in de Varkensstraat.
Vrijspraak medeverdachten
In de ogen van het OM zijn op zijn minst stevige aanwijzingen voor betrokkenheid van de twee medeverdachten: “Zij hebben er letterlijk met hun neus bovenop gestaan toen de boel is aangestoken, wat bovendien nog eens kort van tevoren werd aangekondigd”, stelt het OM. “Er kan echter niet worden vastgesteld dat ze actieve handelingen hebben verricht die nodig zijn om te komen tot de strafbare gedraging medeplegen, zoals het aanreiken van een aansteker, het aanreiken of vasthouden van het karton, het weghouden van wind of iets dergelijks.”
De officier van justitie legt de rechtbank tevens voor of de opmerkingen van de twee (onder meer het ‘Ja, laten we dat maar doen’), dan wél voldoende zijn om te komen tot het strafbare medeplegen. Het antwoord daarop luidt volgens het OM ook ‘nee’: “Er kan niet worden afgeleid dat deze bewoordingen degene die het karton aanstak hebben aangespoord tot het stichten van brand, danwel dat deze ‘instemming’ van één van de twee medeverdachten een rol heeft gespeeld.
Integendeel, zo meent het OM: “De 58-jarige Arnhemmer komt zélf met het idee om iets in de fik te steken, gaat zelf tot uitvoering over en heeft verklaard niet door één van de verdachten ergens toe te zijn aangespoord.”
Omdat er geen significante bijdrage kan worden aangetoond, kan het OM niet anders dan concluderen dat voor de twee medeverdachten vrijspraak moet volgen voor het medeplegen of medeplichtigheid bij de brandstichting. Hoewel vaststaat dat de verdachten aanwezig waren bij het ontstaan van de brand, en hoewel het gedrag van de hen die avond wellicht als moreel verwerpelijk kan worden bestempeld, levert dit juridisch gezien geen betrokkenheid bij een misdrijf op. Ze hebben geen significante bijdrage geleverd aan de het delict brandstichting en daarom moeten deze beide verdachten in de visie van het OM worden vrijgesproken voor medeplegen van brandstichting.
Gevolgen brand zijn Arnhemmer aan te rekenen
Dat de Arnhemmer -die zelf altijd is blijven ontkennen dat hij het karton in de brand stak- niet de intentie had een brand van deze omvang te veroorzaken, is in de ogen van het OM niet relevant voor de bewezenverklaring van de brandstichting. Het handelen van verdachte levert een situatie op die door hem voorzienbaar was en de gevolgen zijn hem zodoende ook aan te rekenen.
De officier van justitie: “Een brand ontwikkelt zich doorgaans onvoorspelbaar en kan zich in no-time ontwikkelen tot een nietsontziende en groot uitslaande brand met verwoestende gevolgen. En dat is hier ook gebeurd. Want hoewel verdachte deze gevolgen wellicht niet voor ogen heeft gehad, is dit wel iets waar hij rekening mee had kunnen, en ook moeten houden. De brandstichting vond midden in de nacht plaats, op een moment dat veel mensen lagen te slapen, in de binnenstad van Arnhem, die zoals bekend uit veel oude, dicht bij elkaar staande panden bestond.”
Een motief voor zijn handelen heeft hij niet kunnen of willen geven, maar het OM acht de verklaring van een buurman van verdachte veelzeggend. “Na de brand wordt verdachte op zijn balkon gezien, waar hij joviaal en joelend met de andere betrokkenen naar de brandweerauto’s staat te zwaaien. In een afgeluisterd telefoongesprek, wanneer tegen hem wordt gezegd “dat die hele kankerzooi is afgefikt”, reageert verdachte met de woorden: “Goed man.”
