Hoger beroep OM in spionagezaak: ex-NCTV-analist mogelijk zwaarder gestraft
Een 66-jarige ex-analist van de NCTV, verdacht van spionage voor Marokko, kreeg 20 maanden cel, maar het OM eist in hoger beroep een zwaardere straf. De zaak raakt de nationale veiligheid en toont verdeeldheid over de bewijslast en strafmaat.
| Onderwerp | Details |
|---|---|
| Verdachte | 66-jarige man, ex-analist bij NCTV |
| Aanklacht | Spionage voor Marokko, bezit staatsgeheime informatie |
| Vonnis rechtbank Rotterdam | 20 maanden cel (11 maart 2026) |
| Eis OM | 12 jaar cel |
| Hoger beroep | OM gaat in hoger beroep vanwege onvoldoende bewijsweging en strafmaat |
| Bewijsmateriaal | Grote hoeveelheid staatsgeheime documenten, thuis en op reis gevonden |
| Vrijspraak | Vrijgesproken van het lekken van documenten aan Marokkaanse geheime dienst |
Het Openbaar Ministerie (OM) is verantwoordelijk voor de strafrechtelijke vervolging in Nederland en bepaalt of een zaak in hoger beroep wordt gebracht. De NCTV coördineert de aanpak van terrorisme en veiligheidsdreigingen, waarbij vertrouwelijke informatie strikt wordt beschermd.
Openrijk is gratis en reclamevrij
Waardeer je ons werk? Help ons in de lucht te blijven met een kleine bijdrage.
Lees hieronder het originele artikel
OM in hoger beroep in spionagezaak Marokko
Het Openbaar Ministerie (OM) is maandag in hoger beroep gegaan in de strafzaak waarin een verdachte werd beschuldigd van spionage voor Marokko. De 66-jarige man werkte jarenlang als analist bij de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). De rechtbank Rotterdam veroordeelde hem wegens het voorhanden hebben van staatsgeheime informatie, maar sprak hem vrij van het lekken van documenten naar de Marokkaanse geheime dienst.
De rechtbank veroordeelde de man op 11 maart 2026 tot 20 maanden cel, waar het OM twaalf jaar had geëist. Het vonnis laat een verschil van inzicht zien in de weging van het bewijs. Daarom wil het OM deze zaak voorleggen aan een hogere rechter.
Het OM meent dat de verdachte ten onrechte is vrijgesproken van het overdragen van staatsgeheime documenten aan de Marokkaanse geheime dienst. De door het OM ingebrachte bewijsmaterialen en argumenten zijn met onvoldoende gewicht beoordeeld, zo vindt het OM. Ook de opgelegde strafmaat voor het bezit van staatsgeheime documenten zijn volgens het OM te laag. Dit is onder meer omdat het om een enorme hoeveelheid documenten gaat, zowel thuis en op reis. De verdachte had bij uitstek moeten weten hoe om te gaan met staatsgeheime documenten, en wijst ten onrechte naar toestemming van verschillende leidinggevende van de NCTV. Tijdens de behandeling van het hoger beroep zal het OM zijn standpunten verder toelichten.
