Tot 24 maanden gevangenisstraf geëist tegen twee verdachten van woningoverval in Egmond-Binnen

Nieuwsbericht | 03-02-2026 | 16:53

De officier van justitie heeft op dinsdag 3 februari tot 24 maanden gevangenisstraf geëist tegen twee verdachten van een woningoverval die plaatsvond op 18 juli 2025 in Egmond-Binnen. De verdachten zijn een 18-jarige man uit Assendelft en een 19-jarige man uit Heiloo. Zij worden verdacht van diefstal uit een woning met (dreiging met) geweld in vereniging.


 

Wat er die nacht gebeurde
Het slachtoffer schrok enorm toen er in de nacht van 18 juli twee mannen met bivakmutsen op in zijn slaapkamer stonden. Hij lag op dat moment op bed een filmpje te kijken. Eén van de indringers had een klauwhamer in zijn hand. Het slachtoffer herkende hem: het was de 19-jarige man uit Heiloo.
De twee overvallers eisten de scooters van het slachtoffer en één van hen duwde hem naar buiten, waarbij hij aan zijn kleding werd vastgehouden. Ze dwongen hem de schuur open te maken en haalden een scooter uit de schuur. Een andere scooter die in de kamer van het slachtoffer stond werd ook meegenomen. Het slachtoffer werd gedwongen op zijn knieën te gaan zitten. Daarna moest hij bij één scooter wachten totdat deze werd opgehaald en hij moest nog een stuk meelopen met de scooter aan zijn hand.
De mannen bedreigden het slachtoffer ook: als hij de politie zou bellen, dan zouden ze hem van kant maken en zijn huis opblazen.
Diezelfde nacht nog vond de politie de scooters terug in de tuin van de 19-jarige man uit Heiloo. De twee mannen probeerden nog te vluchten toen ze de politie zagen, maar zij konden worden aangehouden, met de latexhandschoenen nog aan.
Op camerabeelden is later te zien dat de twee mannen de scooters in de tuin van een van de verdachten zetten.
Beide mannen bekenden uiteindelijk dat zij samen de scooters hadden gestolen. Wel ontkenden zij het geweld of de dreiging met geweld.
De officier van justitie gelooft dat laatste niet: de verklaring van het slachtoffer is consistent en er is geen reden om daaraan te twijfelen.

Ernst van de feiten
De officier van justitie benoemde ter zitting dat hij vond dat er een forse onvoorwaardelijk gevangenisstraf tegenover dit ernstige feit zou moeten staan. Het slachtoffer werd midden in de nacht in zijn eigen huis overvallen, door mannen met bivakmutsen en een hamer. Zijn moeder voelde zich na het incident ook niet meer veilig in haar eigen huis.
De officier van justitie weegt mee dat het om jonge verdachten gaat. De 18-jarige was nog niet eerder in aanraking met de politie geweest. De 19-jarige was al eerder voor een vergelijkbaar feit veroordeeld en hij liep in twee proeftijden. Dit maakt dat de officier van justitie een lagere straf eist tegen de 18-jarige verdachte, namelijk 18 maanden gevangenisstraf waarvan zes maanden voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest (83 dagen) en een proeftijd van twee jaar. Daarnaast vroeg de officier van justitie de bijzondere voorwaarden die de reclassering adviseert op te leggen, zoals meldplicht, een contactverbod met het slachtoffer en de andere verdachte en het volgen van een opleiding en het vinden van werk.

Tegen de 19-jarige verdachte eiste de officier van justitie 24 maanden gevangenisstraf waarvan zes maanden voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest (103 dagen). Ook hier vroeg de officier van justitie om de bijzondere voorwaarden die de reclassering adviseert, na te volgen en te verbinden aan de proeftijd. Het gaat om: meldplicht, behandelplicht, contactverbod met het slachtoffer en de andere verdachte en het meewerken aan vinden van een dagbesteding.
In beide zaken vroeg de officier van justitie aan de rechtbank om de dadelijke uitvoerbaarheid van deze voorwaarden: oftewel om de voorwaarden gelijk in te laten gaan.
Tot slot stond voor de 19-jarige man nog een voorwaardelijke taakstraf open van 60 uur. Wat de officier van justitie moet hij deze taakstraf nu daadwerkelijk gaan uitvoeren.

De rechtbank beslist over twee weken.