Laat me beginnen met het bedanken van dit Parlement voor de sterke en consistente steun voor het voorstel voor een Richtlijn Gelijke Behandeling. U heeft jaar na jaar uw standpunt duidelijk gemaakt, en wij hebben u gehoord. U vroeg ons dit dossier prioriteit te geven, en dat hebben we gedaan. We hebben actie ondernomen.

De Europese Commissie staat volledig achter dit voorstel.

We hebben besloten het op tafel te houden voor verdere politieke discussie in de Raad. We deden dit omdat het Europees Parlement het steunt en omdat een grote meerderheid van de lidstaten het ook steunt. Dit werd bevestigd in het Werkprogramma 2026 van de Commissie, waar dit voorstel blijft behoren tot de lopende wetgevende dossiers.

Dit zendt een onmiskenbare boodschap: het sluiten van de resterende hiaten in de EU-antidiscriminatiewetgeving is niet alleen noodzakelijk, het is ook lang overdue.

Zeventien jaar. Zo lang debatteren we al over dit dossier. Dit toont aan dat het dossier complex en gevoelig is, maar het toont ook iets anders, iets belangrijks: er is echte politieke wil binnen onze Unie om de klus te klaren en het juridische kader voor non-discriminatie af te ronden.

Op dit moment beschermt het EU-recht mensen tegen discriminatie op basis van religie of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid alleen in de context van werk. Maar bescherming tegen discriminatie op basis van geslacht of etnische en raciale afkomst geldt breder.

De Richtlijn Gelijke Behandeling zou deze juridische kloof dichten door bescherming tegen discriminatie op basis van religie of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid ook buiten werk uit te breiden naar sociale bescherming, onderwijs en toegang tot goederen en diensten. Dit is nodig omdat discriminatie in deze contexten wijdverspreid is.

Uit een recente Eurobarometer-enquête blijkt dat meer dan de helft van de respondenten (54%) die zichzelf als onderdeel van een minderheid op basis van seksuele geaardheid identificeren, zich persoonlijk gediscrimineerd voelde in een openbare ruimte. En een kwart (24%) van de respondenten die tot religieuze minderheden behoren, rapporteerde discriminatie te hebben ervaren in een café, restaurant, bar of nachtclub.

Dit Parlement heeft consequent opgeroepen aan de Raad om vooruitgang te boeken en dit voorstel aan te nemen, en het bewijs dat dit voorstel ondersteunt wordt steeds sterker. Nieuwe analyses van de Europese Parlementaire Onderzoeksdienst bevestigen dat deze Richtlijn grote sociale voordelen zou brengen, de sociale cohesie versterkt en de waardigheid van miljoenen Europeanen beschermt.

Cruciaal is dat de analyse ook een evenwichtig beeld geeft van de financiële impact van redelijke aanpassingen. Het toont aan dat de kosten vaak worden overschat en dat ze na verloop van tijd vaak worden gecompenseerd door de economische voordelen die ontstaan wanneer mensen met een handicap en oudere burgers volledig kunnen deelnemen aan de samenleving.

De economische kosten van nietsdoen zijn enorm. Recente OESO-gegevens tonen aan dat discriminatie op basis van seksuele geaardheid, religie of overtuiging, handicap en leeftijd de EU jaarlijks meer dan €360 miljard kost. Deze nieuwe analyses kunnen echt vaart geven aan dit debat. De boodschap is duidelijk: de voordelen van de Richtlijn wegen ruimschoots op tegen de kosten van de uitvoering.

Dit is het moment om vooruitgang te boeken.

Laat me u ook herinneren dat de Commissie elke Voorzitterschap en elke lidstaat heeft ondersteund om een akkoord te bereiken. Vandaag steunt een grote meerderheid van de delegaties in de Raad de snelle aanname van de laatste compromistekst. De Commissie zal deze onderhandelingen op alle mogelijke manieren blijven ondersteunen.

Ik dring er bij u op aan samen te werken met uw nationale tegenhangers om vooruitgang aan te moedigen in die lidstaten waar terughoudendheid blijft bestaan. We kunnen en zullen niet nog eens 17 jaar wachten. Laten we het samen doen.