Laat me beginnen met u te bedanken voor uw inzet voor het volk van Oekraïne, vooral in dit moeilijke moment.

Net iets meer dan een jaar geleden ging ik naar Oekraïne, mijn eerste missie als Europees Commissaris.

Ik ontmoette sommigen van u en zag van dichtbij wat uw werk betekent voor mensen die worden aangevallen.

Ik herinner me Olha, een grootmoeder die gedwongen werd haar dorp te ontvluchten. In een CARITAS-centrum hielp ze een nieuwe gemeenschap opbouwen uit het niets.

Ik herinner me Sofia, een 12-jarig meisje dat studeert in een ondergrondse klas die wij hielpen bouwen, vastbesloten om de oorlog haar onderwijs niet te laten stelen.

Ik herinner me de stille waardigheid van oudere mensen, gedwongen hun huizen te verlaten, die hun leven stap voor stap opnieuw opbouwen. Contante hulp betekent voor hen één ding: brandhout en warmte gedurende de winter.

Vandaag blijven die gezichten bij me. Zij zijn de reden dat we dit werk doen en de reden waarom we moeten doorgaan.

Rusland valt het volk van Oekraïne al vier lange jaren aan, in hun huizen, scholen en ziekenhuizen. En vandaag is de humanitaire crisis nog dieper.

Raketaanvallen doden vrouwen en kinderen. Miljoenen zonder verwarming in de vrieskou na aanvallen op energiecentrales.

Vandaag heeft bijna één op de drie mensen in Oekraïne dringende humanitaire hulp nodig. En toch staat Oekraïne sterk, en staat de Europese Unie sterk aan hun zijde.

Samen hebben de Europese Commissie en de EU-lidstaten meer dan vier miljard euro aan humanitaire steun geleverd, waarmee de EU de grootste donor ter wereld is.

Dit jaar zullen we een initiële humanitaire steun van meer dan €150 miljoen bieden voor Oekraïne en Moldavië, meer dan het dubbele van onze initiële steun in 2024. Deze financiering richt zich op degenen die het meest nodig hebben: mensen dicht bij het front, gezinnen die gedwongen zijn te vluchten en de intern ontheemden.

We koppelen humanitaire hulp ook aan civiele bescherming. Sinds het begin van de oorlog zijn bijna 10.000 generatoren geleverd door lidstaten, deelnemende staten en onze rescEU-reserve. Na de laatste aanvallen hebben we snel gehandeld om meer generatoren te sturen.

We hebben ook meer dan 4.800 medische evacuaties uitgevoerd, zodat patiënten gespecialiseerde zorg kunnen krijgen in ziekenhuizen in 22 Europese landen. Deze ondersteuning zal doorgaan zolang dat nodig is.

De discussies van vandaag zijn om twee redenen belangrijk.

Ten eerste moeten we eerlijk kijken naar de humanitaire situatie en onze reactie. Wat werkt? Wat moet veranderen? En hoe kunnen we het beter doen voor mensen ter plaatse?

Ten tweede moet onze humanitaire financiering betrouwbaar en voorspelbaar blijven, want terwijl wereldwijde regels worden aangevallen en toezeggingen achterblijven, blijven de humanitaire behoeften in Oekraïne stijgen. In veel frontlinies en moeilijk bereikbare gebieden is humanitaire hulp de enige levenslijn.

Recente aanvallen hebben nieuwe golven van ontheemding veroorzaakt, dus dit is niet het moment om terug te schalen.

We hopen allemaal op een rechtvaardige en duurzame vrede en op het begin van herstel en wederopbouw. Maar we moeten realistisch zijn: de humanitaire gevolgen van deze oorlog verdwijnen niet van de ene op de andere dag. Meer steun zal nodig zijn.

Dank u nogmaals dat u aan de zijde staat van het volk van Oekraïne in dit koude, donkere uur. Ik ben ervan overtuigd dat de discussie van vandaag ons zal helpen nog dichter bij hen te staan.

Warmte brengen in huizen zonder verwarming. Licht waar duisternis is. En echte, menselijke steun aan onze medeburgers die een nieuwe zware winter tegemoet gaan.