In de oorlogen van vandaag worden burgers niet langer alleen het slachtoffer van kruisvuur. Zij zijn het strijdtoneel. Kinderen die huiswerk maken. Patiënten die in ziekenhuizen liggen. Hulpverleners die voedsel bezorgen. Vrouwen en meisjes die gezinnen bijeenhouden.
Ze worden doelwitten. En ze worden gedood.
Het beeld van oorlog met duidelijke frontlinies en afgebakende slagvelden is verleden tijd. Tegenwoordig sijpelt oorlog door in het dagelijks leven. Er wordt gevochten in huizen, ziekenhuizen, scholen en markten.
Ja, soldaten vechten nog steeds. Maar steeds vaker zijn het burgers die sterven. We zien het in Gaza, Oekraïne, Soedan en veel te veel andere plaatsen.
Toch zijn de regels glashelder. Het internationaal humanitair recht bestaat om één duidelijke reden: burgers hiertegen te beschermen.
Maar vandaag is wat op papier staat niet wat er op de grond gebeurt. En het wordt erger.
Er zijn wereldwijd meer dan zestig actieve conflicten. Schendingen van mensenrechten en humanitair recht schokken ons niet langer. Ze zijn de prijs van oorlog geworden — routine, verwacht, getolereerd.
Hier moet Europa duidelijk zijn over waar we staan. De Europese Unie staat voor de regels. Wij staan voor humanitaire principes en het multilaterale systeem. En wij nemen onze verantwoordelijkheid als humanitaire donor serieus.
Vandaag hebben bijna 240 miljoen mensen humanitaire hulp nodig. In een tijd waarin donoren bezuinigen, blijft de EU rotsvast in haar humanitaire inzet. Ons initiële humanitaire budget is €1,9 miljard voor 2026.
Dit is een keuze. Een Europese keuze. Een duidelijk venster op wat we geloven. We kiezen ervoor om naast de meest kwetsbaren te staan en te doen wat we kunnen om hun lijden te verlichten.
Maar alleen geld brengt geen bescherming.
Terwijl het humanitaire systeem een noodzakelijke reset doormaakt, investeren we ook in wat dat systeem draaiende houdt. In Mali, Burkina Faso en Niger ondersteunt de EU bijvoorbeeld werkgroepen voor humanitaire toegang en lokale ngos. Zij kennen het terrein, de risicos en hun gemeenschappen. Het is gezond verstand.
Maar we hebben ook iets anders nodig: een sterke stem. We moeten spreken omdat beleefd fluisteren niet meer werkt. We moeten publiek en privé eisen dat de oorlogsregels overal en altijd worden gerespecteerd.
De Europese Unie moet de “oncomfortabele stem” in de kamer zijn. De stem die schendingen aan de kaak stelt, de boodschap herhaalt en ter plaatse is, oog in oog met degenen die het geweld kunnen stoppen.
We moeten ook eerlijk zijn tegenover onszelf. Humanitaire crises kunnen niet alleen door humanitairen worden opgelost. Politiek, diplomatie en gedeelde verantwoordelijkheid zijn van belang.
Humanitaire diplomatie mag geen leeg modewoord zijn. Het moet werken in de echte wereld. Daarom zal de EU later dit jaar een Communicatie aannemen waarin wordt uiteengezet hoe we humanitaire diplomatie zullen versterken, met echte instrumenten en duidelijke verantwoording.
Het moet de huidige wereldwijde machtsverschuivingen en de realiteit op de grond weerspiegelen. Daarom is de discussie van vandaag zo belangrijk. Want goede diplomatie begint met goede feiten, betrouwbare data, heldere analyse en de moed om schendingen te benoemen wanneer ze gebeuren.
In een tijd waarin desinformatie sneller verspreidt dan hulpconvooien, is het beschermen van de waarheid zelf een vorm van bescherming. Daarom zijn initiatieven zoals IHL in Focus zo belangrijk.
Ik kijk uit naar uw rapport, de trends die u identificeert en naar de discussie over hoe we samen het internationaal humanitair recht beter kunnen verdedigen.
Ik was bijzonder geschokt door het deel dat kijkt naar conflictgerelateerd seksueel en gendergerelateerd geweld. Als Commissaris voor Humanitaire Hulp en Gelijkheid maak ik mij grote zorgen over wat we zien in conflicten zoals in de Democratische Republiek Congo. Over twee weken bezoek ik de Grote Meren-regio om te pleiten voor de bescherming van mensen, in het bijzonder vrouwen en meisjes.
Het lichaam van vrouwen is een strijdtoneel geworden. Ze worden geconfronteerd met brute geweldpleging, gebruikt als wapen van oorlog. Dit is onaanvaardbaar. Ik zal de veiligheid en rechten van vrouwen en meisjes centraal blijven stellen in het humanitaire EU-beleid.
Europees humanitair leiderschap is een keuze. Een keuze om naast een medemens te staan, simpelweg omdat die mens is.
Ik wil ieder van u bedanken voor het steeds weer maken van die keuze, want het is niet gemakkelijk. Soms brengt het zelfs gevaar met zich mee. Dat vergt moed.
Maar wij hebben iets krachtigs in handen: het internationaal humanitair recht. Geen wapen van oorlog, maar een schild voor wie geen wapens en geen macht hebben.
Het is onze plicht dat schild sterker te maken en het met helderheid, moed en vastberadenheid te gebruiken.
