Achtergrond en inhoud

Met het ontwerpbesluit wil de regering voor de Douane een nationale handling fee invoeren van € 2 per zogeheten aangifteregel voor pakketjes met een waarde tot en met € 150 die van buiten de Europese Unie worden ingevoerd. Een aangifteregel bestaat uit een goederencode. Een pakketje kan meerdere goederencodes hebben als daar verschillende producten inzitten. De nationale handling fee die de regering nu voorstelt, loopt vooruit op een handling fee van de Europese Unie die mogelijk eind 2026 wordt ingevoerd. Nederland gaat alleen over tot invoering van de nationale fee als Frankrijk en België ook een nationale fee invoeren. Dit zijn de lidstaten die ook een grote stroom aan e-commercezendingen hebben. Zij voeren de fee waarschijnlijk begin 2026 in. Nederland wil hierbij aansluiten om een waterbedeffect te voorkomen. Dat wil zeggen dat wordt voorkomen dat de Nederlandse Douane een extra stroom aan pakketjes moet verwerken die anders in Frankrijk en België zouden binnenkomen.

Urgent probleem

De Afdeling advisering begrijpt dat het afhandelen van de inmiddels zeer grote stroom aan individuele e-commercezendingen voor de Douane een urgent probleem is dat om een oplossing vraagt en dat de regering daarbij ook onconventionele oplossingen verkent. Als andere lidstaten met veel e-commerce een nationale fee invoeren en als dat zou leiden tot een grote toestroom van deze zendingen naar Nederland, dan begrijpt de afdeling advisering de noodzaak van handelen.

Europese ontwikkelingen

Het treffen van voorbereidingen voor een nationale maatregel kan alleen niet los worden gezien van ontwikkelingen hieromtrent in EU-verband. Dit geldt in het bijzonder voor de recente afspraak om de huidige vrijstelling af te schaffen voor het heffen van invoerrechten voor zendingen met een waarde tot en met € 150. Ook is de brief van de Europese Commissie van 28 november 2025 van belang. Hierin stelt zij randvoorwaarden waaraan een nationale fee moet voldoen. Het op korte termijn afschaffen van deze vrijstelling lijkt de omvang van het probleem en de urgentie van handelen te beïnvloeden. De belangrijkste prikkel voor de huidige werkwijze is dat e-commercegoederen individueel worden verzonden in plaats van via bulkzendingen. Deze prikkel valt met het afschaffen van de vrijstelling op korte termijn weg.

Juridisch kwetsbaar

De Afdeling advisering constateert dat invoering van een nationale handling fee juridisch kwetsbaar is in het licht van de Europese en nationale wetgeving op het terrein van douane en het internationale handelsverdrag. Zij adviseert de regering om deze kwetsbaarheden nader te bezien vanwege de grote belangen die op het spel staan en de juridische procedures die zijn te verwachten. Procedures over de juridische kwetsbaarheid kunnen er ook toe leiden dat de fee of een deel daarvan achteraf moet worden terugbetaald. Dat leidt tot budgettaire risico’s.

Hoogte van handling fee moet werkelijke kosten benaderen

Om een handeling fee als kostenvergoeding te kunnen opleggen, moet inzicht worden gegeven in de aard en hoogte van de door te berekenen kosten. In de toelichting bij het ontwerpbesluit lijken de effecten van het vervallen van de vrijstelling echter niet mee te zijn genomen. Ook lijkt de regering in het besluit geen rekening te houden met de bestaande, reguliere controlestroom en het deel van de vergoeding dat lidstaten zelf mogen houden om gemaakte kosten te compenseren (de zogenoemde perceptiekosten). De Afdeling advisering constateert dat de berekening van de kosten onduidelijkheden bevat en onvoldoende inzichtelijk is. Daarmee heeft de regering niet overtuigend onderbouwd dat de hoogte van de handling fee de werkelijke kosten zoveel mogelijk benadert.

Krap tijdpad

Het tijdpad tot de verwachte invoering is zeer krap. Dit geldt niet alleen voor het zorgvuldig juridisch inbedden van de maatregel, maar ook voor het adequaat kunnen uitvoeren van de maatregel door zowel de Douane als de indieners van de aangifte.

Conclusie

Hoewel de Afdeling advisering oog heeft voor de ontstane situatie, adviseert zij de regering om ‘een pas op de plaats’ te maken. Het treffen van voorbereidingen voor het invoeren van de maatregel is begrijpelijk, maar het daadwerkelijk invoeren ervan vergt in haar ogen vooralsnog nadere overweging. Het advies aan de regering is om eerst te bezien welke gevolgen het afschaffen van de vrijstelling heeft voor de e-commercestroom, voordat een nationale fee wordt ingevoerd. Verder adviseert de Afdeling advisering de fee nader te bezien in het licht van de Europese en nationaalrechtelijke randvoorwaarden en bij invoering de hoogte van de fee, in het licht van die randvoorwaarden, overtuigend te onderbouwen.

De Afdeling advisering adviseert de regering dit besluit niet te nemen, tenzij het is aangepast.