Doel en inhoud van het wetsvoorstel

Met het wetsvoorstel willen de initiatiefnemers het verbod op etnisch profileren wettelijk vastleggen. Dat willen zij doen door het maken van onderscheid op grond van ras bij het selecteren van personen voor controle te verbieden in de Algemene wet bestuursrecht en de Politiewet 2012. Het voorstel is mede ingegeven door een arrest van het gerechtshof Den Haag van februari 2023 over etnisch profileren door de Koninklijke Marechaussee (KMar). Etnisch profileren kan worden gedefinieerd als het gebruik van criteria als ras, afkomst of huidskleur bij handhaving door de overheid zonder dat dit objectief te rechtvaardigen is. Het gerechtshof heeft in februari 2023 geoordeeld dat het onderscheid op grond van ras dat de KMar maakte bij selectiebeslissingen in het kader van het Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV), niet is toegestaan. De initiatiefnemers willen met het wetsvoorstel de norm die uit dit arrest voortvloeit, in de wet vastleggen en duidelijk maken dat de norm geldt voor alle overheidsinstanties.

Toegevoegde waarde

De Afdeling advisering onderschrijft het belang van het tegengaan van etnisch profileren door overheidsinstanties. Discriminatie is verboden op grond van de Grondwet, internationale verdragen en wettelijke bepalingen en kan door de rechter op grond daarvan worden gesanctioneerd. Desondanks komt etnisch profileren helaas toch voor. Er is de laatste jaren een maatschappelijk en politiek debat ontstaan over etnisch profileren en hoe het kan worden voorkomen. Dat initiatiefnemers maatregelen willen nemen tegen etnisch profileren is op zichzelf dan ook begrijpelijk. Maar de toelichting bij het wetsvoorstel is onvoldoende om de toegevoegde waarde van het wetsvoorstel te motiveren ten opzichte van de al bestaande discriminatieverboden. Het is niet aannemelijk dat het voorstel daadwerkelijk kan bijdragen aan een effectievere aanpak van etnisch profileren.

Toenemende juridische complexiteit

De Afdeling advisering is daarnaast van oordeel dat het wetsvoorstel de bestaande verboden op etnisch profileren niet verduidelijkt, maar juist compliceert. Dit komt zowel door de verhouding van het wetsvoorstel tot al bestaande discriminatieverboden en andere wet- en regelgeving, als door de formuleringen in de tekst van het voorstel zelf. Het is bijvoorbeeld niet duidelijk hoe het voorgestelde verbod op etnisch profileren zich verhoudt tot het verbod op vooringenomenheid. Dat verbod is ook opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht en verbiedt etnisch profileren al. Daarnaast is onduidelijk hoe het wetsvoorstel zich verhoudt tot de discriminatieverboden in de Grondwet en de verdragen.

Toekomstperspectief

Het juridische en maatschappelijke debat over het bestrijden van racisme en etnisch profileren is nog volop in beweging. Er lopen verschillende onderzoeken naar aanvullende nieuwe wetgeving die is gericht op het bestrijden van discriminatie door de overheid. Het is raadzaam om de uitkomsten van die onderzoeken te verwerken in de besluitvorming over vervolgstappen, ook gelet op het feit dat etnisch profileren al is verboden en het wetsvoorstel niet verduidelijkt maar compliceert. Daarbij merkt de Afdeling advisering op dat op dit moment al praktijkgerichte maatregelen kunnen en worden genomen om de naleving te verbeteren van de bestaande anti-discriminatiebepalingen die etnisch profileren verbieden.

Conclusie

De Afdeling advisering adviseert de initiatiefnemers dan ook om de behandeling van het wetsvoorstel in deze vorm en op dit moment niet voort te zetten.