De asielstatushouder had het inburgeringstraject niet binnen de wettelijke termijn afgerond. Daarom kreeg zij in 2019 een boete opgelegd en moest zij de lening voor de inburgering terugbetalen. De vrouw is in 2024 in hoger beroep gegaan bij de RvS.
In de procedure is verwezen naar recente uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof) en de RvS uit 2025. Volgens die uitspraken is het stelselmatig opleggen van boetes bij het niet tijdig voldoen aan de inburgeringsplicht voor asielstatushouders strijdig met Europese regelgeving. Dit geldt ook voor het terugvorderen van leningen. De RvS heeft nu bepaald dat deze uitspraken ook van invloed zijn op eerder opgelegde en vaststaande besluiten over boetes en terugvorderen van leningen onder de Wet inburgering 2013. Ook heeft de Raad bepaald dat de boete voor deze asielstatushouder vervalt en zij ook de lening niet hoeft terug te betalen.
Vervolg
In de uitspraak staat dat het aan SZW is om te bepalen wat deze uitspraak betekent voor andere zaken waarin een boete is opgelegd of waarin is bepaald dat de lening moet worden terugbetaald. Het ministerie bestudeert de uitspraak van de RvS en de gevolgen hiervan.
SZW had de inning van boetes en terugvordering van leningen van asielstatushouders al gepauzeerd sinds maart 2023. Toen had de RvS vragen gesteld aan het Hof over het boete- en leningenbeleid van de Wet inburgering 2013. Na de uitspraak van de RvS in juli 2025 is het opleggen van boetes aan asielstatushouders voor het overschrijden van de termijn onder de Wet inburgering 2013 en Wet inburgering 2021 stopgezet. Voor de Wet inburgering 2013 is daarnaast het terugvorderen van leningen aan asielstatushouders stopgezet.
Meer informatie
De uitspraak is te vinden op de website van de Raad van State.
