Zeeland zet volgende stap in voorbereiding op extreme neerslag

20 januari 2026
|
Persbericht

In juli 2021 zorgde hevige regenval in Limburg, België en Duitsland voor grote overlast en schade. Wat gebeurt er als zo een uitzonderlijke bui in Zeeland valt? Om dat inzichtelijk te maken, hebben Provincie Zeeland en waterschap Scheldestromen een waterbeeld laten opstellen van de mogelijke wateroverlast in Zeeland bij een extreme bui. De volgende stap is om op basis van het waterbeeld afspraken te maken met regionale partners over voorbereidingen en maatregelen. Het uiteindelijke doel is om ervoor te zorgen dat wegen, ziekenhuizen, energiebedrijven en andere zogenaamde vitale functies beschikbaar blijven onder dit soort extreme situaties.

Bovenregionale Stresstest

De regenval in Limburg in 2021 was uitzonderlijk en komt niet vaak voor: binnen 48 uur viel 200 millimeter regen. Deze extreme situatie overstijgt iedere norm waaraan het watersysteem in Nederland moet voldoen. Het is niet de bedoeling, en nagenoeg onmogelijk, om de omgeving zo in te richten dat er geen overlast meer is. Maar door klimaatverandering neemt de kans op extreme buien wel toe. Juist daarom is het belangrijk om voorbereid te zijn op dit soort extreme buien. Net als andere provincies heeft Zeeland de mogelijke effecten in kaart gebracht door middel van een waterbeeld. In opdracht van het Rijk is in heel Nederland, via de Bovenregionale Stresstest, in beeld gebracht welke impact zo’n bui heeft op vitale functies en infrastructuur.

Wat laat het Zeeuwse waterbeeld zien?

Het waterbeeld is gebaseerd op computermodellen en toont waar wateroverlast kan optreden in Zeeland bij een extreem neerslagscenario. De modellen laten zien dat een groot deel van Zeeland te maken kan krijgen met wateroverlast. De waterdiepte op het maaiveld kan variëren van enkele centimeters op straat tot lokaal meer dan twee meter, met name langs watergangen en in natuurlijke laagtes.

Landelijk gebied

Een groot deel van het Zeeuwse watersysteem bestaat uit polders met gemalen en andere waterhuishoudkundige installaties die overtollig water kunnen wegpompen naar buitenwater. Doordat de afstand kort is, stroomt het water snel weg. Maar bij extreme neerslag kan het langer duren voordat het overtollige water van het land wordt afgevoerd.

Stedelijk gebied

Veel stedelijke gebieden kunnen te maken krijgen met wateroverlast. In oudere woonkernen gaat het vaak om enkele centimeters water op straat, met lokaal lagergelegen delen met ongeveer één meter waterdiepte. In nieuwere wijken kunnen grotere waterdieptes voorkomen (tot decimeters), die in veel gevallen binnen ongeveer twee dagen weer afgevoerd zijn. In sommige wijken zijn uitschieters te zien, waar de wateroverlast tot zo’n vijf dagen kan duren.

Vervolgstap: in gesprek over risico’s

Het waterbeeld laat duidelijk zien welke gebieden in Zeeland kwetsbaar zijn voor wateroverlast bij uitzonderlijk extreme neerslag. Waterschap Scheldestromen, Provincie Zeeland, Rijkswaterstaat en de Veiligheidsregio Zeeland gaan samen aan de slag met de uitkomsten. De waterbeelden worden gedeeld met beheerders van vitale infrastructuur, dat zijn bijvoorbeeld energiebedrijven, ziekenhuizen en wegbeheerders, en met andere beheerders als gemeenten en natuurbeheerders.

In 2026 gaan de Provincie, het waterschap en de Veiligheidsregio met deze partijen in gesprek. Vandaag, op 20 januari is er een eerste bijeenkomst. De risico’s, mogelijk gevolgen en te nemen acties worden in kaart gebracht. Het doel is uiteindelijk om te zorgen dat belangrijke voorzieningen bij extreme neerslag beschikbaar blijven. Zo is Zeeland beter voorbereid op de toekomst.