20 januari 2026
Extra investeringen in het Europese stroomnet richting 2050 kunnen bedrijven en huishoudens helpen beschermen tegen hoge energiekosten. Nieuw onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB) laat zien dat vooral wanneer kernenergie duur of maatschappelijk onwenselijk wordt, een uitgebreider Europees netwerk grote financiële voordelen oplevert. Als kernenergie in 2050 juist goedkoop blijkt, zijn extra uitbreidingen van het net minder zinvol.
Door de energietransitie neemt het gebruik van elektriciteit in heel Europa snel toe. Tegelijkertijd worden wind- en zonne-energie op grote schaal uitgerold, maar deze bronnen zijn ongelijk verdeeld over het continent: wind op de Noordzee, zon in Zuid-Europa en waterkracht in Scandinavië. Daardoor moet elektriciteit over langere afstanden worden vervoerd dan voorheen. Dit onderzoek vergelijkt drie mogelijke netwerkvarianten voor het Europese hoogspanningsnet richting 2050: een compact, een gemiddeld en een sterk uitgebreid net. Het gaat hierbij om extra uitbreidingen, bovenop de uitbreidingen die al gepland staan tot 2030. Vervolgens berekende het Centraal Planbureau voor elke netwerkvariant de kosten én de mogelijke besparingen in verschillende toekomstscenario’s. Daarbij is gekeken naar uiteenlopende ontwikkelingen in de elektriciteitsvraag en de kosten van verschillende opwek- en opslagtechnologieën.
Uitbreiding loont vooral als kernenergie duur of onwenselijk wordt
De studie laat zien dat vooral de toekomstige kosten van kernenergie bepalen of uitbreiding van het stroomnet geld oplevert. Wanneer kernenergie duur blijkt of maatschappelijk onwenselijk wordt geacht, is een groter netwerk financieel het aantrekkelijkst. In deze situaties kunnen landen makkelijker goedkope elektriciteit uit andere Europese regio’s benutten, waardoor jaarlijks miljarden euro’s kunnen worden bespaard. Zelfs wanneer lokale productie wegvalt, kunnen landen dan rekenen op goedkopere alternatieven elders uit Europa.
Minder voordeel wanneer kernenergie goedkoop blijkt
Als kernenergie in de toekomst juist goedkoop en aantrekkelijk wordt, bieden extra investeringen in het Europese stroomnet na 2030 minder voordeel. In die scenario’s produceren landen hun elektriciteit meer in eigen land, waardoor er minder behoefte is aan het transporteren van grote hoeveelheden stroom. De kosten van uitbreiding wegen dan niet op tegen de besparingen.
Naast de Engelstalige publicatie is ook een ESB-artikel verschenen. Deze is ook op deze pagina te downloaden.
Heeft u vragen t.a.v. deze publicatie? Contacteer ons.
