De voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland heeft een verzoek om schorsing van een handhavingsbesluit afgewezen. Het verzoek was ingediend door Boer Bart, een agrarisch bedrijf in Rotstergaast, dat ook nevenactiviteiten uitvoert. De gemeente De Fryske Marren besloot te handhaven na een verzoek van de buren van het bedrijf.
Handhavingsverzoek door buren
Het bedrijf houdt koeien en er is een boerderijwinkel. Verder organiseert Boer Bart allerlei activiteiten voor kinderen en onder meer dineravonden, lunches en kookworkshops. Ook wordt de boerderij aangeboden als feestlocatie. Op deze activiteiten komen veel bezoekers af. De buren ervaren overlast daarvan en hebben daarom verzocht om handhaving.
Last onder dwangsom
Tegen de last onder dwangsom heeft Boer Bart bezwaar gemaakt. Het college is dus eerst aan zet. Boer Bart heeft de rechtbank gevraagd om in de tussentijd het handhavingsbesluit te schorsen, zodat geplande activiteiten kunnen doorgaan. Dat verzoek is nu door de rechter afgewezen.
Ruimtelijke onderbouwing maatgevend voor wat Boer Bart mag doen
Belangrijk punt in de uitspraak is wat Boer Bart precies mag op grond van de vergunning. De advocaat van Boer Bart voerde aan dat de vergunning vrijwel geen beperkingen stelt aan de activiteiten, zolang die ondergeschikt blijven aan de agrarische bedrijfsvoering. De rechtbank oordeelt voorlopig echter anders. Bij de aanvraag van de vergunning zat destijds een ‘ruimtelijke onderbouwing’. Daarin stond een beschrijving van de plannen die het bedrijf toen had. De beschrijving van de activiteiten in de ruimtelijke onderbouwing is volgens de rechtbank maatgevend voor wat het bedrijf op grond van de vergunning mag.
Gevolg van de uitspraak
Het gevolg van de uitspraak is dat Boer Bart voorlopig alle nevenactiviteiten moet staken. Zo niet, dan moet het bedrijf dwangsommen betalen aan de gemeente.
De boerderijwinkel mag wel het hele jaar open zijn.
Uitspraken
-
ECLI:NL:RBNNE:2025:5497
