Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft uitspraak gedaan in de zaak die een moeder en haar kinderen hebben aangespannen tegen een ziekenhuis. Het hof houdt het ziekenhuis aansprakelijk voor de schade (materieel en immaterieel) die de moeder en haar kinderen lijden doordat de gynaecoloog tijdens een vruchtbaarheidsbehandeling in 1988 niet het zaad van de echtgenoot heeft gebruikt, maar zijn eigen zaad.
Aanleiding
De moeder heeft in 1988 een behandeling ondergaan in het ziekenhuis waarbij met de behandelend gynaecoloog was afgesproken dat het zaad van haar toenmalige echtgenoot bij de moeder zou worden ingebracht. Het betrof een zogeheten KIE-behandeling, Kunstmatige Inseminatie met sperma van de Eigen partner. De gynaecoloog heeft echter niet het zaad van de echtgenoot gebruikt, maar zijn eigen zaad en heeft de moeder en haar toenmalige echtgenoot daarover niet ingelicht. Als gevolg van de behandeling is een drieling geboren. De moeder en de kinderen hebben het ziekenhuis aansprakelijk gesteld voor de schade die zij hierdoor hebben geleden.
Contractuele relatie met het ziekenhuis
In 1988, toen het huidige Burgerlijk Wetboek nog niet was ingevoerd, was het gebruikelijk dat de medisch specialist op basis van een zogeheten toelatingsovereenkomst met het ziekenhuis binnen de muren van het ziekenhuis werkzaam was. De patiënt die onder behandeling kwam sloot dan een contract met die medisch specialist in het ziekenhuis. Het hof oordeelt dat de moeder in 1988 er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat zij (ook) met het ziekenhuis een contract had voor de behandeling van haar kinderloosheid door de gynaecoloog die werkzaam was binnen de muren van het ziekenhuis. De moeder en de kinderen mochten daarom een schadevergoedingszaak tegen het ziekenhuis aanspannen.
Verjaring?
In de wet staat dat het recht op een schadevergoeding in ieder geval verloopt twintig jaar na een gebeurtenis. In dit geval is dat de verwekking van de kinderen in 1988 zodat de claim in 2008 is verjaard. Anders dan de rechtbank, is het hof van oordeel dat het beroep op verjaring door het ziekenhuis in dit geval onredelijk is. De verwijtbare inbreuk op de lichamelijke en geestelijke integriteit van de moeder en de kinderen is zo ernstig dat het onaanvaardbaar is om de claim af te wijzen vanwege verjaring. Omdat het hof het beroep op verjaring niet honoreert, is de zaak verder inhoudelijk beoordeeld.
Wanprestatie en onrechtmatig handelen
Uitspraken
-
ECLI:NL:GHARL:2026:127
