04 maart 2026

Onze consumptie van vlees en zuivel veroorzaakt broeikasgasuitstoot en draagt bij aan de huidige opwarming, waardoor er tegenwoordig steeds meer aandacht is voor alternatieven met een lagere klimaatimpact. De campagne Wissel 'ns Wat, die deze week van start is gegaan en plantaardige voeding toegankelijker maakt, is daar een goed voorbeeld van. Hoe groot is de impact van onze voeding eigenlijk en in hoeverre kan die impact worden verkleind door vervanging met plantaardige alternatieven?

Vlees en zuivel

Om dat inzichtelijk te maken, kijken we naar twee productgroepen die een belangrijke rol spelen in het Nederlandse voedingspatroon: vlees en zuivelproducten. De klimaatimpact van verschillende broeikasgassen wordt vaak uitgedrukt in CO₂-equivalenten (CO₂eq). Dit is een maat die uitstoot van bijvoorbeeld methaan en lachgas omrekent naar de hoeveelheid CO₂ met hetzelfde opwarmend effect over een periode van honderd jaar. 

Vlees grotere klimaatimpact dan zuivel 

Data van het RIVM laten de klimaatimpact van de consumptie van verschillende voedselgroepen in Nederland zien. Zo veroorzaakt de consumptie van vlees gemiddeld 1,14 kg CO₂eq per persoon per dag, wat neerkomt op ongeveer 415 kg CO₂eq per jaar. Voor zuivel, inclusief kaasproducten, geldt een jaarlijkse bijdrage van 305 kg CO₂eq per persoon.  

Hoewel zuivelproducten in veel grotere hoeveelheden geconsumeerd worden in Nederland dan vlees, gaat de consumptie van vleesproducten gemiddeld per kg gepaard met veel meer uitstoot. Om die reden is de klimaatimpact van vlees in Nederland groter dan die van zuivel. Wel zijn er grote verschillen in de klimaatimpact van verschillende soorten vlees, waarbij de uitstoot door rundvleesconsumptie koploper is. 

Samen goed voor 8 procent van de totale uitstoot 

De totale broeikasgasuitstoot per Nederlander was in 2023 gemiddeld ongeveer 9300 kg CO₂eq (Eurostat, 2026). Op basis daarvan dragen vlees en zuivelproducten gezamenlijk zo'n 8% bij aan de totale gemiddelde jaarlijkse uitstoot per persoon. Dat is een aanzienlijk aandeel voor twee productgroepen. De categorieën vlees, zuivel en kaas hebben achtereenvolgens ook de grootste impact van alle productgroepen (Afbeelding 1).  

Afbeelding 1: De bijdrage van de consumptie van verschillende productgroepen aan de uitstoot van broeikasgassen in Nederland.  Data: RIVM, ©KNMI.

Waarom rundvlees extra relevant is 

In de categorie vleesproducten speelt bij de productie van rundvlees nog iets anders mee. Een belangrijk deel van de klimaatimpact van runderen komt namelijk door uitstoot van methaan. Afhankelijk van de gekozen periode is methaan tot wel zeventig keer zo effectief in het opwarmen van het klimaat. Over een periode van honderd jaar is dit opwarmende effect zo'n dertig keer sterker dan dat van CO₂. Gemiddeld heeft methaan wel een veel kortere verblijftijd in de atmosfeer van tien jaar, terwijl CO₂ eeuwenlang in de atmosfeer aanwezig kan blijven.  

Een afname in methaanuitstoot kan daarmee ook een relatief snel effect hebben op het beperken van de opwarming. Juist daardoor wordt in klimaatonderzoek vaak onderscheid gemaakt tussen maatregelen die vooral de opwarming op korte termijn beïnvloeden, zoals verminderde uitstoot van methaan, en maatregelen die nodig zijn voor een stabieler klimaat op lange termijn, waaronder beperking van CO2-uitstoot. De laatste jaren neemt de methaanuitstoot echter versneld toe, onder meer door een toename in grootschalige veeteelt. Ook in Nederland veroorzaakt landbouw een aanzienlijk deel van de methaanuitstoot.  

Het belang van een goed alternatief 

De mate waarin de vervanging van vlees en zuivel tot minder klimaatimpact leidt, hangt af van het alternatief dat gekozen wordt. Als we kijken naar de vervanging van vlees, dan gaat de consumptie van plantaardige vleesvervangers gepaard met een gemiddelde uitstoot van ongeveer 3 kg CO₂eq per kg product (RIVM, Milieubelasting van voedingsmiddelen, 2024) In 2024 consumeerde de gemiddelde Nederlander zo'n 75 kg vleesproducten (Wageningen Social & Economic Research, 2025). Als die hoeveelheid wordt ingeruild met dezelfde hoeveelheid vleesvervanger, komt dat per persoon jaarlijks uit op: 

Vleesvervanger: 75 x 3 = 225 kg CO₂eq per jaar, in plaats van de 415 kg CO₂eq per jaar uit vlees.   

De rekenvoorbeelden in dit klimaatbericht laten zien dat twee veelgebruikte productgroepen samen een aanzienlijke bijdrage leveren aan de gemiddelde uitstoot per persoon. Hoeveel minder de klimaatimpact wordt met de keuze voor een plantaardig alternatief, hangt hierbij ook af van het huidige voedingspatroon. Vooral wanneer rundvlees wordt vervangen, kan de klimaatimpact sterk afnemen. Een vermindering van onze consumptie van vlees en zuivel draagt zodoende meetbaar bij aan het tegengaan van de huidige opwarming.  

KNMI-klimaatbericht door Remco Sleiderink