- Armoede is een schending van de menselijke waardigheid, zeggen Europarlementariërs
- Focus moet liggen op het bestrijden van kinderarmoede, die één op de vier Europese kinderen treft
- Werkgelegenheid en toegang tot huisvesting en openbare diensten zijn essentieel om armoede te verminderen
Op donderdag riep het Parlement op tot meer financiering en coördinatie om armoede en sociale uitsluiting in de EU te bestrijden.
Europarlementariërs willen dat de Commissie armoede erkent als een schending van de menselijke waardigheid in haar aanstaande anti-armoedestrategie en dringen erop aan dat er uiterlijk in 2035 een einde wordt gemaakt aan armoede. In een eigen initiatiefrapport, aangenomen met 385 stemmen voor, 141 tegen en 53 onthoudingen, roepen zij ook op tot voldoende budgettaire middelen voor anti-armoedemaatregelen in de langetermijnbegroting van de EU en tot goede coördinatie tussen de EU en haar lidstaten.
Kinderarmoede
Aangezien het aantal kinderen dat risico loopt op armoede toeneemt, eist het Parlement betere ondersteuning voor EU-landen bij de uitvoering van de Europese Kinderwaarborg om toegang tot gratis gezondheidszorg, onderwijs, zorg en gezonde voeding voor alle kinderen in nood te garanderen. Daartoe roepen Europarlementariërs op tot een speciaal budget van minstens €20 miljard voor de Europese Kinderwaarborg. Lidstaten moeten minstens 5% van de middelen uit het Europees Sociaal Fonds+ toewijzen aan specifieke projecten tegen kinderarmoede, en minstens 10% voor die landen met hogere niveaus van kinderarmoede en sociale uitsluiting dan het EU-gemiddelde.
Armoedebestrijding via werk
Volledige werkgelegenheid en sociale bescherming moeten standaarddoelstellingen zijn voor economische en sociale beleidsmaatregelen, zeggen Europarlementariërs, en de Commissie en EU-landen moeten beleid bevorderen ter bescherming van arbeidsrechten en eerlijke lonen, inclusief gelijke beloning voor gelijk werk. Om armoede onder werkenden te beëindigen, pleiten zij voor betere toegang tot kinderopvang en op maat gemaakte loopbaanbegeleiding.
Universele toegang tot openbare diensten
De Commissie en lidstaten moeten de publieke investeringen verhogen in beleid dat universele toegang tot huisvesting, voedsel, water, sanitaire voorzieningen, energie en vervoer biedt, aldus Europarlementariërs. Dit kan helpen de intergenerationele armoedecyclus te doorbreken en sociale en werkgelegenheidsinclusie te bevorderen.
Het Parlement wil een actieplan om dakloosheid in de hele EU tegen 2030 uit te bannen, met specifieke maatregelen gericht op kinderen en gezinnen, werklozen en vrouwen.
Tot slot roept het rapport op tot maatregelen om de politieke participatie van mensen die armoede ervaren te versterken, zodat zij betrokken worden bij besluitvorming en bij de uitvoering en evaluatie van beleid dat hen raakt.
Citaat
Rapporteur João Oliveira (De Linkse Fractie, PT) zei: “De anti-armoedestrategie moet ambitieus zijn. Ze moet de structurele oorzaken van armoede aanpakken, zorgen voor een eerlijkere verdeling van rijkdom, de arbeidsomstandigheden verbeteren, robuuste investeringen in openbare diensten garanderen en toegang tot fatsoenlijke huisvesting voor iedereen verzekeren. De actieve participatie van mensen die armoede ervaren bij het ontwerpen van het beleid, evenals een adequaat budget, zijn essentieel om dit te bereiken.”
Achtergrond
Volgens gegevens van de Europese Commissie liepen in 2024 93,3 miljoen mensen in de EU het risico op armoede of sociale uitsluiting, waaronder 20 miljoen kinderen – een kwart van de kinderen in de EU. In 2021 riep het Parlement op tot een overkoepelende EU-anti-armoedestrategie met ambitieuze doelstellingen om armoede te verminderen en extreme armoede in Europa tegen 2030 uit te bannen.
Onder het actieplan van de Europese pijler van sociale rechten uit 2021 heeft de EU zich gecommitteerd om het aantal mensen dat risico loopt op armoede of sociale uitsluiting tegen 2030 met minstens 15 miljoen te verminderen, waaronder minstens vijf miljoen kinderen. Als onderdeel van deze inzet bereidt de Commissie momenteel de allereerste anti-armoedestrategie van de EU voor; deze wordt in 2026 verwacht.
