In 2024 woonde bijna 4 procent van de bevolking in een nieuwbouwwijk. Bewoners van nieuwbouwwijken maken vaker deel uit van gezinnen met kinderen, hebben vaker een hbo- of universitaire opleiding en wonen vaker in een appartement dan de bewoners van de meeste andere wijken. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van nieuwe wijk- en buurtcijfers.

Het CBS heeft onderzoek gedaan naar kenmerken van woningen en bewoners in relatief ‘jonge’ wijken. Dit zijn wijken waarin minstens een kwart van de huizen in of na 2014 is gebouwd. Dat zijn 145 nieuwbouwwijken in 81 gemeenten. 62 procent hiervan ligt in matig tot zeer sterk stedelijk gebied, tegenover 40 procent van de ruim drieduizend overige wijken. Wijken met minder dan vijftig woningen zijn niet meegenomen in het onderzoek.

In 2024 woonden 687 duizend mensen in de onderzochte nieuwbouwwijken, bijna 4 procent van de bevolking. Ruim twee derde van hen woont in de Randstad. De Utrechtse wijk Leidsche Rijn is met ruim 49 duizend bewoners de grootste nieuwbouwwijk.

Inwoners nieuwbouwwijken, 2024

Bewoners nieuwbouwwijk vaak jonge gezinnen

In nieuwbouwwijken wonen relatief veel jonge mensen. Vooral het aandeel bewoners jonger dan 15 jaar (20 procent) en dat van 25 tot 45 jaar (34 procent) is groter dan in de overige wijken.

Ouderen wonen juist minder vaak in nieuwbouwwijken. Het aandeel 65-plussers is met 11 procent ongeveer de helft van dat in andere wijken. Tussen nieuwbouwwijken zijn de verschillen groot. Ouderen wonen vooral buiten de Randstad, zoals in Noord-Brabant en in de noordelijke provincies. Mensen tussen 25 en 45 jaar wonen juist vaker in en rond steden als Almere, Amsterdam en Den Haag.

In nieuwbouwwijken wonen relatief veel gezinnen met kinderen. In meerdere wijken in onder andere Almere en Lansingerland is meer dan de helft van de huishoudens een gezin met kinderen. Alleenstaanden en meerpersoonshuishoudens zonder kinderen wonen iets minder vaak in nieuwbouwwijken dan in andere wijken.

Overige wijken