10 procent van de 1,7 miljoen 60-plussers onder de AOW-leeftijd is eerder dan de AOW-leeftijd met pensioen gegaan. Dit zijn eind 2024 167,8 duizend mensen. 1,3 miljoen 60-plussers hebben een aanvullend pensioen opgebouwd bij een werkgever. Vrouwen hebben vaker geen aanvullende pensioenopbouw bij een werkgever dan mannen. Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van nieuwe cijfers.
Het aandeel 60-plussers onder de AOW-leeftijd dat al met pensioen is, wordt steeds lager. In 2024 heeft 10 procent een pensioenuitkering als hoofdinkomen. In 2014 was dat nog 16 procent. De AOW-leeftijd is tussen 2014 en 2024 verhoogd van 65 jaar en twee maanden naar 67 jaar. Een pensioenuitkering kan een vervroegd ouderdomspensioen zijn dat via de werkgever is opgebouwd, maar ook een nabestaandenpensioen.

In 2024 heeft bijna de helft van de zestigers onder de AOW-leeftijd een hoofdinkomen uit werk als werknemer. In 2014 was dit 37 procent. Zestigers onder de AOW-leeftijd hebben in 2024 minder vaak een werkloosheidsuitkering (2 procent) dan in 2014 (4 procent). Het recht op een WW-uitkering was in 2014 maximaal 38 maanden, terwijl dat in 2024 maximaal twee jaar is.

De groep zelfstandigen neemt toe van 10 procent naar 13 procent. In 2024 heeft 9 procent van de 60-plussers onder de AOW-leeftijd geen eigen inkomsten; in 2014 was dit nog 15 procent. Van de mensen zonder eigen inkomsten deelt in 2024 80 procent een huishouden met een partner die wel inkomsten heeft.
2024